British flag  Bandeira brasileira
Plaatje familiewapen De Munnick


 

Plaatje Braziliaanse vlag Braziliaanse advocaat
of: De cliënt doet het werk

Bert Ernste

1993

Wie in Brazilië een huis wil huren kan voor verrassingen komen te staan, schreef August Willemsen jaren geleden al in zijn ‘Braziliaanse brieven’. Dat is nog steeds zo. Om in Brazilië een huis te huren moet men volgens de wet óf drie maanden huur vooruit betalen, óf met iemand op de proppen komen, die zich garant stelt voor de nakoming van het huurcontract. Gezien de inflatie (van 1 tot en met 28 februari maar liefst 72 procent!) is vrijwel geen enkele huiseigenaar geïnteresseerd in die borgsom, dus moet er zo’n fiador gevonden worden. Voor hen, die voor een bedrijf naar Brazilië komen, is dat meestal niet zo’n probleem. Dan is er altijd wel een collega of het bedrijf zelf, die dat regelt, en een bedrijfsadvocaat, op wie men terug kan vallen. Zo niet de eenzame journalist, die een verre krant in Nederland vertegenwoordigt.

August Willemsen, toen nog student, gaf het op en ging wonen in een arme wijk waar dergelijke problemen niet bestonden. Wie een behoorlijke flat wil, zal echter een fiador moeten vinden. Gelukkig bleek in ons geval een van de Nederlanders in Rio daartoe bereid, ondanks het feit dat hij ons net kende. Verheugd terug naar de advocate, die namens de verhuurder optrad. Die vertelde ons wat de fiador alzo diende over te leggen: koopakte van zijn huis (de fiador moet een huis bezitten, zodat daar eventueel beslag op gelegd kan worden), een loonstrookje of andere verklaring van inkomen (leuke vraag aan iemand die je pas kort kent), zijn belastingkaart en zijn identiteitskaart en tenslotte het bewijs dat hij zijn onroerend-goedbelasting wel had betaald.

Hoewel het er om gaat om de risico’s voor de eigenaar van de woning zo klein mogelijk te maken, is het de huurder in spé, die overal achter aan moet. Alle handtekeningen, van zowel de fiador als zijn vrouw, en van de huurder, dienen bij een notaris gelegaliseerd te worden. Ik op weg naar een notaris (in Brazilië tabelião geheten, mooi woord) om mijn eigen handtekening te registreren en vervolgens op zoek naar de notaris waar de handtekening van mijn geachte fiador is vastgelegd. De tabelião in kwestie blijkt verhuisd te zijn. De bank, die nu in het pand zit, geeft het nieuwe adres. Stevig de pas erin, want het is bijna sluitingstijd. Helaas, de notaris is opnieuw verhuisd. De volgende dag eindelijk op het goede adres, maar “Nee, dan moet die man zelf meekomen.” “Ja, maar dat heeft niemand ons verteld, en we hebben al anderhalve dag naar uw kantoor gezocht.” Ondanks de frustratie probeer je vriendelijk te blijven, je bent tenslotte in een ander land. “Praat u even met de notaris, misschien wil die u matsen.” De notaris is erg druk, maar vindt buitenlanders wel interessant en legt uitvoerig uit waarom Brazilië zo bureaucratisch is. Groot land, veel mensen verhuizen zonder dat door te geven, dus moeten allerlei zekerheden worden ingebouwd om onbetaalde huren te kunnen innen. “Kent u die fiador persoonlijk?” Wij haasten ons dat te beamen, al is dat een kwestie van luttele dagen. “Nou dan regelen we dat wel.”

Toch nog een kink in de kabel: de vrouw van onze fiador blijkt het koopcontract niet te hebben meegetekend, waardoor het zelfs voor onze behulpzame tabelião niet mogelijk is om haar handtekening op ons huurcontract te legaliseren. Als we een kopie van haar identiteitsbewijs meenemen is hij opnieuw bereid om de procedure te vereenvoudigen, ofwel daarmee de hand te lichten. Twee dagen later met de fotokopie opnieuw naar de notaris, maar die is uit lunchen. Om half vier, een half uur voor sluitingstijd is hij terug en roept ons binnen, vóór de Braziliaan, die veel langer heeft gewacht. Wij zeggen nog dat hij voor moet gaan, maar hij zegt: “Nee hoor, de tabelião riep u eerst, en ik ben gewend te wachten.” Wij niet, dat heeft hij goed door, al beginnen we te leren. Hoera, alle handtekeningen zijn nu erkend en van mooie stempels voorzien. Terug naar de advocaat.

Die heeft intussen de financiële achtergrond van onze fiador nog eens laten natrekken via een speciaal bureautje daarvoor. Ze hoefde daarvoor de deur niet uit, want het bureautje dat daarvoor zorgt is de papieren komen afhalen. Wij zijn ondertussen al dagen kwijt met de hele papierwinkel. Als we gefrustreerd door onze tijdrovende omzwervingen zeggen dat we aan het werk zijn voor de verhuurder stuit dat op groot onbegrip. Maar er staan ondertussen wel drie, gelegaliseerde, van indrukwekkende stempels en notarishandtekeningen vergezelde handtekeningen op het contract, van de huurder en van de fiador en zijn vrouw. Wij moeten het doen met de handtekening van de advocate, die niet op het idee komt dat wij in deze wereld van garanties en gelegaliseerde handtekeningen wel haar procuratie willen zien. De vader van de advocaat, die het kantoor met zijn dochter deelt, en een toevallige klant zijn getuigen. Hun handtekeningen hoeven niet gelegaliseerd. Het feit dat wij de sleutel krijgen moet genoeg garantie zijn.

De rekening voor het opmaken van het huurcontract bedraagt bijna tweehonderd dollar. Daarvoor heeft de advocaat het contract uitgetypt (een tekstverwerker is er niet), twee keer met een tabelião gebeld en een keer met het bureautje dat de financiële handel en wandel van de fiador natrok. Ik heb duidelijk het gevoel dat ik moet betalen voor werk dat ik zelf heb moeten doen. Maar afijn, ’s lands wijs, ’s lands eer. En het is een mooie flat.

Meer Brazilië | Index artikelen | Contact