British flag  Bandeira brasileira
Plaatje familiewapen De Munnick


 

Foto'tje kop uilArm en rijk, hoe te leven met de verschillen?

Bert Ernste

Juli 2007

Als je als Nederlander naar Brazilië of een ander land gaat met veel armoede, word je meestal (zo niet altijd) deel van (minimaal) de hogere middenklasse. In vergelijking met Nederland, waar de verschillen veel kleiner zijn, stijg je als het ware op de sociaal-economische ladder. Dat is op zich prettig.

Moeilijk is echter de omgang met die grote, alomtegenwoordige groep mensen, die het vele, vele malen minder hebben dan jij. In Nederland kennen we dat niet. De armoede die je in Nederland hebt is op een enkele uitzondering na van een totaal andere orde.

Confrontatie met armoede
Die confrontatie met armoede in het buitenland is voor de meeste Nederlanders wel even slikken, hoewel er mensen lijken zijn, die al met eelt op de ziel zijn geboren. Die zijn volstrekt immuun voor het lijden van de medemens, in ieder geval als die geen familie of naaste bekende is. De meeste Nederlanders vinden de armoede in arme landen echter confronterend. Ik ken iemand, die ooit in India aankwam, de abjecte armoede daar zag en het eerste vliegtuig terug heeft genomen. Zelf kwam ik na drie maanden backpacken in India en Nepal terug in Nederland in de schelle verlichting van winkelcentrum Hoog Catharijne in Utrecht en werd bijna fysiek onpasselijk van al die overvloed, die je toeschreeuwde “Kopen! Kopen!”.

Nu, vele jaren later, ben ook ik iets onverschilliger geworden voor de armoede van anderen, vooral omdat ik er zo bitter weinig aan kan doen. Toch geneer ik me nog steeds als ik zie hoe onze Braziliaanse poetsvrouw (met dank aan de Vlamingen voor dit beeldende woord) zich voor een schijntje uit de naad werkt zonder sociale voorzieningen en daarmee haar kinderen een opleiding probeert te geven en haar moeder een operatie te bezorgen. Je geeft eens een extra’tje, maar je blijft toch tamelijk onmachtig.

Wereldwijde armoede
Ook de armoedestatistieken, die jaar in jaar uit weer laten zien hoe groot de verschillen in de wereld zijn, zoals in het World Development Report, zijn moeilijk verteerbaar. Astronomische aantallen mensen in de wereld hebben niet genoeg te eten, geen toegang tot schoon drinkwater en ga zo maar door. Die getallen vliegen je aan. Niet iedereen hoeft hetzelfde te verdienen, maar waarom is het zo moeilijk om iedereen een zeker bestaansminimum te verschaffen? Aan werklust ontbreekt het de overgrote meerderheid van de armen niet, integendeel. Ze rammelen niet voor niets aan de poorten van Europa op zoek naar een beter bestaan, bereid om alles aan te pakken. Ze wagen niet voor niets hun leven door met mensensmokkelaars in zee te gaan, of vanuit Afrika in wrakke bootjes over te steken naar de Canarische Eilanden om van daaruit een bestaan in Europa te zoeken.

Eigen schuld?
Verklaringen voor armoede zijn er genoeg. Zo veel, dat iedereen vanuit de eigen politieke overtuiging de schuld kan leggen waar hij/zij wil. Ontegenzeggelijk speelt mee dat de koloniale tijden een scheef wereldeconomisch systeem hebben gecreëerd, waarin de westerse wereld aan het langste economische eind trok. Nu pas, een dikke vijftig jaar na de (politieke) dekolonisatie, vindt daar met de economische opkomst van China, India en andere landen een substantiële correctie op plaats.

Ook een rol spelen corrupte regimes, oorlogen, stamconflicten, uitbuiting door elites en ga zo maar door. Op basis van die laatste reeks factoren kun je tegen arme landen zeggen “eigen schuld, dikke bult”. Maar tegen landen kun je niet praten. En dat “eigen schuld, dikke bult” geldt zeker niet voor de talloze arme mensen in die landen, die louter slachtoffer zijn van het falen van hun leiders.

Scheef
Ik blijf gêne voelen als ik met mijn volle buik uit een restaurant kom en op de stoep van het restaurant een dakloze vind. Of als ik in São Paulo na een bezoek aan een prachtige museum op het kruispunt de bedelaars tref. De verhoudingen tussen rijk en arme zijn wereldwijd heel erg scheef. Dat geldt zeker voor Brazilië, dat zeer hoog staat op de index van economische ongelijkheid.

Mijn gêne is niet omdat ik mij schuldig voel aan de armoede in de wereld, maar omdat ik, als ik eerlijk ben, ruiterlijk moet toegeven dat ik het zo goed heb, omdat mijn wieg in Nederland stond. Wat zou mijn leven anders zijn als ik in de binnenlanden van Afrika was geboren. Ik kon naar alle scholen, die ik wilde en ik heb diverse interessante banen mogen hebben met een daaraan gekoppeld fraai salaris. Ik leef - op wereldschaal gemeten - in weelde.

Natuurlijk maak ik mezelf graag wijs dat ik ook wel capaciteiten heb, maar met diezelfde capaciteiten had ik veel en veel minder gekund, als ik de zoon was geweest van een Chinese keuterboer, of een arme Braziliaan in de sertão (binnenland noordoosten van Brazilië). Er zijn natuurlijk voorbeelden van armen die miljonair worden, maar dat is slechts een enkeling gegeven. De overgrote meerderheid slooft zich uit, maar komt niet of hooguit een klein stukje verder.

In die context is het intens treurig dat de leiders van de G8, de rijkste industrielanden, er maar niet in slagen een coherent en stevig anti-armoedebeleid te ontwikkelen, zoals onlangs weer bleek tijdens de top in Heiligendamm (Duitsland). Veel landen komen niet eens hun beloften na ten aanzien van Afrika. Toegezegde gelden komen niet, of jaren te laat. De in 2000 afgesproken Millenniumdoelstellingen worden bij lange na niet gehaald, al zijn er wel wat successen te melden. Er is echt iets heel erg mis met die grote verschillen tussen arm en rijk, die maar voortduren.

Arm en rijk. Verschillen mogen. Maar iedere wereldburger verdient een eerlijke kans op een menswaardig bestaan.

Meer Brazilië | Meer opinie | Contact