British flag  Bandeira brasileira
Plaatje familiewapen De Munnick


 

Plaatje Braziliaanse vlag Afzetting president Brazilië lost niets op

Bert Ernste

September 2016

Foto president Lula (2009) In Brazilië is president Dilma Rousseff in augustus 2016 halverwege haar tweede termijn afgezet op beschuldiging van het oppoetsen van de overheidsfinanciën door het aangaan van niet door het parlement geaccordeerde leningen.

Tegenstanders van Rousseffs afzetting stellen dat de afzetting van een democratisch gekozen president een parlementaire staatsgreep is. Het is waar dat de gronden voor de afzetting juridisch hoogst twijfelachtig zijn. Het hooggerechtshof heeft desgevraagd aangegeven dat de fiscale trucs geen juridische basis waren voor een afzettingsprocedure. Dat oordeel was echter niet bindend en er was een grote parlementaire meerderheid voor de impeachment van Rousseff. Inhoudelijk was er dus geen grond voor de afzettingsprocedure, temeer daar dit soort fiscale trucs door vele regeringen zijn gebruikt en daar nooit een probleem van werd gemaakt.

Politiek gezien kun je evenwel de afzetting van president Rousseff zien als het logische gevolg van het verliezen van parlementaire steun. De voorstanders van de impeachment stellen terecht dat de procedure formeel netjes is gevolgd. Daar komt bij dat Brazilië geen motie van wantrouwen kent, waarmee in andere landen een regering naar huis kan worden gestuurd, als deze de steun in het parlement verliest.

Ondertussen is het democratisch gezien volstrekt krom dat alleen de president is afgezet en niet haar hele regering, wat dan had moeten leiden tot nieuwe verkiezingen. Nu heeft Rousseffs vice-president Michel Temer van de PMDB het presidentschap overgenomen, ondanks het feit dat zijn partij mede verantwoordelijk was voor de ‘misdaden’ van de door de president geleide regering. Alleen president Rousseff afzetten is onlogisch, waar zij steunde op een coalitie. Rousseff won wel de presidentsverkiezingen, maar in de tegelijkertijd gehouden parlementsverkiezingen behaalde de PT slechts veertien procent van de stemmen. Een motie van wantrouwen tegen een regeringsleider leidt in de meeste democratieën tot het aftreden van de hele regering en nieuwe verkiezingen.

Corruptie
Onthutsend is ook dat de wijd verbreide corruptie in de Braziliaanse politiek, een véél groter probleem dan het oppoetsen van overheidsfinanciën, geen rol speelde bij de afzetting van Dilma Rousseff. Haar Arbeiderspartij (PT) heeft zich in vergaande mate schuldig gemaakt aan corruptie. Al onder Rousseffs populaire voorganger Luíz Inácio Lula da Silva maakte de PT zich schuldig aan een programma om stemmen te kopen, het zogenoemde mensalão schandaal. Daarna volgde de corruptie van de zogenoemde operatie autowasserij (lava jato), waarbij via corruptie verkregen gelden werden wit gewassen en partijkassen werden versterkt.

Ook hier geldt dat alle partijen van de coalitie willig meededen met die corruptie. Sterker, dergelijke praktijken maakten ook deel uit van de Braziliaanse politiek voordat de PT aan de macht kwam, al lijkt het soms dat de Arbeiderspartij deze corruptiepraktijken naar nieuwe hoogte bracht. Het kan ook zijn dat dit soort corruptie nu pas goed zichtbaar werd.

President Dilma Rousseff is tot nu toe niet in verband gebracht met corruptie, al is het moeilijk voor te stellen dat ze er niet van op de hoogte was als hoge partijfunctionaris en als president en eerder als directeur bij het staatsbedrijf Petrobras, dat een centrale rol speelde bij de corruptie van de lava jato.

In de context van deze wijd verbreide praktijken van de hele regering Rousseff is het nog vreemder dat nu alleen een president wordt weggestuurd op grond van veel mindere vergrijpen.

Uit afgeluisterde telefoongesprekken is gebleken dat diverse politici de afzettingsprocedure tegen Rousseff steunden, omdat dat corruptieonderzoeken tegen hen in de wielen zou rijden. Braziliës nieuwe president, die het stokje automatisch overnam na de afzetting van Dilma Rousseff, mag zelf acht jaar lang niet aan verkiezingen deelnemen, vanwege het schenden van verkiezingswetten. Drie door hem benoemde ministers moesten vrijwel meteen het veld ruimen vanwege verdenkingen van corruptie. In mei van dit jaar liepen er corruptieonderzoeken tegen 352 van de 594 leden (!) van het Braziliaanse parlement.

Brazilië heeft met de afzetting van president Rousseff een rechtse regering gekregen, die niet is verkozen, maar wel parlementaire steun heeft. In een land waar corruptie welig tiert en volop stemmen gekocht worden, kun je echter niet volhouden dat dat ook betekent dat hier de wil van het volk wordt gediend. Massale protesten tegen de regering Temer werden vorige week nodeloos hard neergeslagen. President Temer zelf deed op de G20-top in China de protesten af als “enkele tientallen relschoppers”. Het waren er duizenden, die na een vreedzame demonstratie hard werden aangepakt, toen de protesten al ten einde liepen. De Braziliaanse media hebben een duidelijke voorkeur voor rechts en lieten de protesten maar mondjesmaat zien.

Wat nu? Het mooie scenario: links (de arbeiderspartij PT) herpakt zich, laat corruptie achter zich en komt terug met een goed programma voor armoedebestrijding, een duurzame economie, betere bescherming van de inheemse volken en het milieu en zo voort. Rechts zweert ook de corruptie af en wordt weer rechtsstatelijk rechts, dus met respect voor wetten en regels, zoals die voor de bescherming van minderheden, mensenrechten en ga zo maar door.

Buit
Dat zie ik in Brazilië vooralsnog niet gebeuren. Rechts denkt nu de buit binnen te hebben en op de oude manier politiek te kunnen blijven bedrijven. Rechts Brazilië beschermt bijvoorbeeld liever grootgrondbezitters dan inheemse volken of het Amazonewoud en is zelfs al tijdens de toen nog tijdelijke schorsing van president Rousseff begonnen met het verminderen van sociale steun voor de armen. Hoe de val van Rousseff goed nieuws is voor de armen, zoals hier wordt beweerd zonder op de nu ontstane situatie in te gaan, is een mysterie.

De Arbeiderspartij heeft ook nog geen tekenen gegeven dat ze een einde willen maken aan hun corrupte verleden en vernieuwd en met brede steun terug willen komen in de politiek. Alternatieven zijn in de Braziliaanse politiek vooralsnog marginaal, waardoor de Braziliaanse bevolking beteuterd en protestmoe achter lijkt te blijven na enkele jaren van massale (vaak nogal ongerichte) protesten, die tot dusver in het geheel niet leidden tot politieke vernieuwing. Er wordt nog wel door duizenden geprotesteerd tegen de nieuwe regering, maar de hoop en het elan van de protesten in voorgaande jaren is eruit.

In een eerder artikel vreesde ik dat het corruptieonderzoek van de operatie autowasserij te eenzijdig gericht was op corruptie door de PT en dat er een machtsstrijd tussen twee machtsblokken achter zou kunnen zitten. Misschien was dat corruptieonderzoek niet eenzijdig, maar Brazilië heeft nu een regering van een andere politieke kleur. Of die nieuwe machthebbers het nog steeds lopende corruptieonderzoek onafhankelijk van politieke kleuren door zullen laten gaan is nu de grote vraag. De enorme loonsverhoging, die de nieuwe regering al snel na haar aantreden aan justitie beloofde, wekt geen vertrouwen.

Foto: parlementsgebouw in Brasília, 1987

Meer Brazilië | Index artikelen | Contact