British flag  Bandeira brasileira
Plaatje familiewapen De Munnick


 

Plaatje Braziliaanse vlag Braziliaanse cinema:
Serras da desordem | Zagen van de ordeloosheid

Bert Ernste

April 2008

Foto van Carapirú De film Serras de desordem (Zagen van de ordeloosheid) (2005) van regisseur Andrea Tonacci vertelt het bijzondere, ware verhaal van Carapirú, een Avacanoeiro-indiaan, die op het nippertje ontsnapt aan een brute overval van blanke pistoleiros (huurmoordenaars), die de groep indianen van Carapirú overvallen en grotendeels uitmoorden in opdracht van grootgrondbezitters. Als bekend wordt dat er indianen in een gebied leven mag er namelijk niet gekapt worden.

Het leven van Carapirú voor en na de overval wordt prachtig in beeld gebracht in de stijl van de antropologische documentaire (gedeeltelijk in zwart-wit). Iets langdradig dus voor een moderne (Westerse) speelfilm, maar wie zich mee laat voeren krijgt een fraai verfilmd beeld van het leven in het regenwoud.

Na de overval trekt Carapirú tien jaar lang in zijn eentje door de jungle. In de film wordt de eenzame tocht van Carapirú afgewisseld met beelden van de trein, die door het regenwoud rijdt, door beelden van grootschalige houtkap en andere vormen van oprukkende ‘beschaving’. Filmisch sterk om op deze manier te laten zien dat we niet naar een geïsoleerd, exotisch verhaal kijken. Het leven van Carapirú speelt zich af juist in die context van oprukkende kapitalistische samenleving. Later in de film zien we ook in een aantal langs flitsende beelden de politieke context van de tijd, waarin Carapirú door het woud zwerft. Het militaire regime van de Brazilië, politieke gevangenen, protesten, de democratisering, voetbal en zo voort.

Vluchten moe
Foto van de onderwijzeres in het dorpOp een dag lijkt Carapirú het vluchten moe te zijn en laat hij zich ‘oppakken’ door de mensen uit een klein dorpje in het binnenland van het Noordoosten van Brazilië. De ongeschoolde mensen van het dorp nemen Carapirú liefdevol op en hij is weer onder de mensen, zij het niet zijn eigen volk. Ondanks het taalprobleem gaat dat allemaal goed.

Maar zo simpel mag het natuurlijk niet zijn. De Braziliaanse overheidsorganisatie voor indianen, de FUNAI, wil hem weghalen en onderzoeken waar hij vandaan komt. Na een mislukte poging door een botte functionaris — de dorpsbewoners laten Carapirú niet gaan, wordt Carapirú opgehaald door de bekende indianenkenner Sidney Possuelo. Die neemt hem mee naar Brasília, waar hij in het appartement van Possuelo logeert. Poepen doet hij aanvankelijk op het balkon, het duurt even voordat Carapirú het moderne sanitair onder de knie heeft.

Possuelo laat een tolk overkomen om contact te kunnen hebben met Carapirú, die maar een paar woorden Portugees spreekt. De eerste tolk kan niet komen, zodat er een andere indiaanse tolk komt. Die kijkt naar Carapirú en zegt tegen Possuelo "ik ken hem". Possuelo denkt nog dat hij bedoelt dat hij herkent van welke stam hij is, maar de tolk blijkt de zoon van Carapirú te zijn. Een ontroerend moment in de film, zonder sentiment opgediend.

Televisienieuws
Uiteindelijk brengt de FUNAI Carapirú terug naar wat er over is van zijn stam. Het is nationaal nieuws in het televisiejournaal en de kranten. Carapirú herneemt zijn indianenleven. In de film verbeeld door het moment, waarop hij zijn sportbroekje en T-shirt uittrekt en de pijl en boog weer ter hand neemt.

Zoals gezegd, dit is een waar gebeurd verhaal en de rollen van Carapirú en zijn zoon worden door henzelf gespeeld, net als de rol van indianenkenner Sidney Possuelo. Ook een aantal andere personen uit het verhaal wordt door henzelf gespeeld of komen in interviewvorm in de film voor. Dat maakt dat de film een extra lading krijgt: dit is echt gebeurd! Ook vandaag de dag nog worden er in het Amazonewoud indianen van hun grond gejaagd (of erger), omdat veeboeren weidegrond willen creëren, houtbedrijven hout willen kappen of grootgrondbezitters soja, dan wel suikerriet willen planten (voor ethanol — omdat dat als brandstof beter is voor het milieu). De film heet niet voor niets Serras de desordem (Zagen van de ordeloosheid). Lees Ineke Holtwijks indrukwekkende boek Rooksignalen. Dat beschrijft zeer genuanceerd over het probleem van ontwikkeling versus natuurvolken en de talloze problemen en dilemma’s, die dat meebrengt.

Probleem
Kortom: deze film is een absolute aanrader. Veel dichter bij een indiaan zult u moeilijk komen. Toch kent de film ook een groot probleem. Ondanks het feit dat de film Carapirú centraal stelt, komen we weinig te weten over wat Carapirú nu zelf denkt. Waarom durfde hij niet eerder mensen op te zoeken? Wat zocht hij in de tienjarige zwerftocht in de rimboe? Misschien niets, misschien was hij louter bezig te overleven, maar we komen het niet (van hemzelf) te weten. Een van de inwoners van het dorpje, waar Carapirú terecht komt, heeft als commentaar dat hij zich heeft laten pakken, dat hij had kunnen vluchten. De suggestie is dat hij het vluchten zat was, maar we horen het niet van Carapirú. Wat vond Carapirú zelf van zijn leven in het dorp en later in het appartement van Possuelo en in de stad? Possuelo zegt er iets over, Carapirú glimlacht en zwijgt — eigenlijk de hele film door, afgezien wat beleefdheden.

Uiteindelijk kijken we ondanks alle goede bedoelingen van de filmmaker toch weer als buitenstaander naar Carapirú en de indianen in het algemeen. Je denkt dat je het leven van Carapirú volgt, maar ondanks het feit dat de hoofdrol door hemzelf gespeeld wordt, krijgen we op geen enkel moment van hemzelf de bevestiging dat het ook echt zíjn verhaal is en niet dat van een (overigens buitengewone goede en goedbedoelende) filmmaker. Ik vind dat een enorme gemiste kans. Toch raad ik u zeker aan om deze film te gaan zien, want ondanks alles is het een heel bijzonder en waar gebeurd verhaal over medemensen op deze planeet, die het heel erg moeilijk hebben in hun steeds maar slinkende gebied.

Index Braziliaanse cinema | Meer Brazilië | Contact