British flag  Bandeira brasileira
Plaatje familiewapen De Munnick


 

Foto'tje kop uil Golf is asociaal

Bert Ernste

1998

Golfen, een balletje slaan in een mooie, rustige natuur. Onschuldig vermaak in vergelijking met de steeds groter wordende achtbanen, waterglijbanen en andere apparaten die ons in ‘pretparken’ (wat een woord!) bezig moeten houden. Althans, zo lijkt het.

Foto harkje detail Wie gaat golfen, bijvoorbeeld in de Portugese Algarve waar een groot aantal golfbanen liggen, betreedt een liefelijk stuk natuur: glooiende groene heuvels met mooie pijnbomen. Het ademt rust. Totdat geronk van ee tweetaktmotor de stilte doorbreekt. Een maaimachine. De glooiende groene heuvels zijn geen natuur, maar tuin. Ze worden gemaaid alsof het Engelse lawns zijn. Nog erger is de green, het stuk gras rond het gat (we schijnen hole te moeten zeggen) waar de bal in moet. Dat is een soort skin head: daar wordt het gras dagelijks gemillimeterd.

De bunkers, (meestal kunstmatige) stukken zand als extra hindernis, zijn keurig geharkt. De golfspeler die ze betreedt omdat zijn bal in het zand verzeild is, moet zijn voet- en balsporen wissen met een voor dat doel klaar liggend harkje. Wat een kunstmatige wereld!

Wie vervolgens ziet hoe veel water er in de Algarve nodig is om de golfbanen te onderhouden weet het zeker: een golfterrein is geen natuur. Een tuin is het!

(Op de kleding van golfers, ooit een bron van vermaak voor niet-golfers, mag men geen aanmerkingen meer maken nu je alleen nog op een racefiets schijnt te mogen zitten als je een hel gekleurd pakje draagt.)

Ongezellig
Hoewel het spelletje golf zelf, de uitdaging om dat balletje in dat gaatje te mikken, mij heel leuk lijkt (ik heb het nooit geprobeerd), lijkt golfen mij verder een tamelijk asociale, of minstens ongezellige bezigheid.

Bij de ‘aftrap’ ben je nog samen met je spelmakkers, maar dat duurt maar heel even. Bij de vele golfers die ik mocht observeren, was het na de ‘vertrekslag’ zo dat de ballen ver uit elkaar lagen. Iedereen dus op pad naar de eigen bal. Pas na enkele slagen (en eventueel harken in de bunker) kom je je collega’s bij de green weer tegen en dan nog van verschillende kanten. Zo ben je eigenlijk meer voor jezelf dan met elkaar bezig. Dat kan natuurlijk voordelen hebben, maar het is niet direct gezellig.

Of zou de gezelligheid zitten in de daarop volgende wandeling naar de volgende hole? Maar dan begrijp ik niet dat er van die rare karretjes bestaan om de afstand tussen de holes te bekorten.

Rare jongens en meisjes die golfers! En ze hebben erg veel ruimte nodig voor hun tuin.

Meer columns | Index artikelen | Contact