British flag  Bandeira brasileira
Plaatje familiewapen De Munnick


 

Plaatje wereldbol ‘Onafhankelijkheid of de dood!’ - Zo radicaal zijn we niet meer

Bert Ernste

Oktober 2008

Schilderij van de ‘Grito do Ipiranga’ Brazilië viert op 7 september nog steeds zijn onafhankelijkheid van Portugal (1825). De slogan van die onafhankelijkheid was ‘Onafhankelijkheid of de dood!’ (Independência ou morte). Dat was de beroemde ‘Schreeuw van Ipiranga’ (O grito do Ipiranga).

Die kreet doet me denken aan de naoorlogse dekolonisering. Weet u nu waar ik het over heb? Neem me niet kwalijk dat ik het vraag, maar onlangs meldde de krant dat jonge Duitsers nu al niet meer weten van de Duitse tweedeling en waar de Berlijnse muur precies voor was. “Duitse jongeren weten bijna niets meer over de DDR, het voormalige communistische Oost-Duitsland (1949-90). Een meerderheid denkt dat de Berlijnse Muur het werk was van de Bondsrepubliek of de Verenigde Staten en diens bondgenoten. Dat blijkt uit een onderzoek van de Berlijnse Vrije Universiteit onder 5200 jongeren in vier deelstaten, waaronder Berlijn.” (De Telegraaf 25 juli 2008)

Kolonialisme
Ik weet niet hoe goed dat onderzoek is, maar voor de zekerheid: sinds de overzeese ontdekkingsreizen, die begonnen in de vijftiende eeuw (1492 Columbus ontdekt Amerika; 1500 Pedro Álvares Cabral ontdekt Brazilië) koloniseerden de Europese grootmachten van toen, met name Engeland, Portugal, Spanje, Frankrijk, Nederland en in mindere mate Duitsland en andere Europese landen de rest van de wereld. Vaak kun je aan de lokale voertaal in een land afleiden welke grootmacht de vroegere koloniale machthebber was. West-Afrika: overwegend Frans. Oost-Afrika: overwegend Brits. India (waar toen ook het huidige Pakistan en Bangla Desh toe behoorden): Brits. Sri Lanka is een lastige, want dat was achtereenvolgens een Portugese, Nederlandse en tenslotte een Britse kolonie. Ze spelen daar nu cricket en spreken er Engels naast de lokale talen. Moçambique, Angola, Cabo Verde, Guiné Bissau, São Tomé e Príncipe, Oost Timor, Macau en natuurlijk Brazilië: Portugees. Noord-Amerika: Brits (met enkele Franse enclaves). Zuid-Amerika: Spaans (uitgezonderd Brazilië). Het Nederlands beklijfde niet in Indonesië, dus je kunt niet blind varen op de voertaal, als je de vroegere koloniale machthebber wilt weten.

Onafhankelijkheidsstrijd
Brazilië werd dus al vroeg onafhankelijk en dat zonder veel strijd. De kreet ‘Onafhankelijkheid of de dood’ was nogal retorisch. Het ging niet zo zeer om een onafhankelijkheidsstrijd, maar om een paleisrevolutie gestuurd door de elite, waarbij de zoon van de Portugese koning keizer van Brazilië werd. Pas na de tweede wereldoorlog gingen steeds meer volken zich verzetten tegen de koloniale overheersing, die naast enige ontwikkeling toch overwegend betekende dat de rijkdommen van de kolonie eeuwenlang vooral ten goede kwamen aan het moederland. Dat ‘moederland’ klinkt een stuk vriendelijker dan het meestal was. Er was altijd wel verzet geweest, maar na de tweede wereldoorlog werd het een wereldwijde trend. Dat verzet tegen moeder ging vaak gepaard met een zogenoemde bevrijdingsstrijd, met geweld dus. Nederland had daaraan ook zijn deel, toen het de roep om onafhankelijkheid in Nederlands Indië beantwoordde met de politionele acties. De term ‘politionele’ acties moest het doen voorkomen dat het om een binnenlands probleem ging.

Het geweld van de bevrijdingsbewegingen had een duidelijke legitimering, ook in het volkenrecht. Verzet tegen een buitenlandse bezetting is toegestaan als voortvloeisel uit het recht op zelfbeschikking. Independência ou morte. De Portugezen vochten een bloedige strijd tegen de bevrijdingsbewegingen in hun Afrikaanse kolonies. India wist zich onder leiding van Mahatma Ghandi met betrekkelijk weinig geweld te ontdoen van de Britse overheersing, al vielen er toch nog heel wat doden.

In de jaren ’70 van vorige eeuw was er in de westerse wereld veel begrip voor de onafhankelijkheidsstrijd van de gekoloniseerde volken en ook voor het gebruik van geweld van de kant van de bevrijdingsbewegingen. We hadden immers net de Duitse bezetting van grote delen van Europa en de Japanse bezetting van grote delen van Azië en Oceanië meegemaakt. Alleen al het feit dat de antikoloniale bewegingen bevrijdingsbewegingen genoemd werden, laat zien dat ze op het nodige begrip konden rekenen. Dat betekende toen niet dat er westerlingen gingen meevechten aan de kant van de bevrijdingsbewegingen, althans niet op grote schaal. Poncke Princen is een bekend voorbeeld van een Nederlandse militair die overliep naar de andere kant. Ten tijde van de Spaanse burgeroorlog (1936-39), toen het democratisch gekozen (linkse) bewind in Spanje werd aangevallen door generaal Franco en zijn leger, gingen er heel wat meer buitenlanders meevechten tegen Franco, waaronder Ernest Hemingway (For whom the bell tolls) en George Orwell (Homage to Catalonia).

Landencomité's
Wel werden er in de jaren ’70 in de westerse wereld talloze landencomité’s opgericht die de lokale bevrijdingsbewegingen op diverse manieren ondersteunenden, In de eerste plaats met informatie over de bevrijdingsstrijd en daarnaast met demonstraties. Voor vrijwel elke kolonie was er wel zo’n landencomité. Voor veel koloniën was er zelfs meer dan één, vanwege onderlinge ideologische verschillen, zelfs in een klein land als Nederland.

Vandaag de dag is de westerse steun voor wat toen nog heette de ‘derde wereld’ veel minder militant. Er zijn nog wel activisten, denk aan de anders-globalisten, en ook vele landencomité’s bestaan nog wel, maar die zijn veelal braver geworden en minder actiegroep. De meeste mensen beperken zich nu tot het overmaken van een bedragje op de bankrekening van een of andere organisatie. Independência ou morte, bevrijdingsstrijd - wat lijken dat nu begrippen van lang geleden. Voor sommige volken is het echter nog een dagelijkse realiteit. Denk aan de Palestijnen, Tibetanen, Papua’s en vele andere onderdrukte groepen. (Zie Minority Rights Group)

Meer columns | Index artikelen | Contact