British flag  Bandeira brasileira
Plaatje familiewapen De Munnick


 

Plaatje vlag Fretilin Kroniek van een overtocht: boek uit Oost-Timor

Bert Ernste

Blik op Portugal, januari 2013

Omslag boek In deze serie besteedden we naast boeken uit en over Portugal aandacht aan boeken uit de voormalige Portugese koloniën in Afrika en uit Brazilië. De andere voormalig Portugese gebieden in de wereld ontbreken nog, zoals de Portugese koloniën in India: Goa, Damão en Diu, in China: Macau (een soort Hong-Kong, maar dan met casino’s, die daar nog steeds voor economische groei zorgen) en Oost-Timor in de Indonesische archipel. De reden is dat er weinig Portugeestalige literatuur uit die gebieden komt die ook nog eens vertaald is in het Nederlands of Engels. (Als ik iets over het hoofd zie, hoor ik het graag.)

Onlangs kwam ik bij toeval Kroniek van een overtocht (Crónica de uma travessia) uit Oost-Timor tegen van Luís Cardoso (1997, vertaling 2004). Het is het autobiografische verhaal van de schrijver, die opgroeide op Oost-Timor. Als kind reist hij het hele eiland over met zijn vader, die in door het gebied trok om medische zorg te geven. Zo leert Cardoso de verschillende bevolkingsgroepen en talen kennen en de animistische religie, die daar een grote rol speelde. Cardoso krijgt onderwijs op katholieke scholen.

Op een van die scholen komt een Portugese lekenbroeder met een grammofoon aanzetten, waarop hij klassieke muziek laat horen en de gedichten van Fernando Pessoa, voorgedragen door João Villaret. Voor Cardoso een stimulans om zelf gedichten voor te gaan dragen, waarbij hij de warme stem van Villaret probeert na te doen. Ook luisteren Cardoso en zijn klasgenoten naar fados en volksdansmuziek uit Portugal. Wonderlijk, dat kolonialisme dat dergelijke lessen bracht tot in de binnenlanden van een eilandje aan de andere kant van de wereld. Cardoso dacht in die tijd dat alle spoorlijnen van de wereld samenkwamen bij Entroncamento in het moederland Portugal. Als hij later als beursstudent in Lissabon is, gaat hij Entroncamento bekijken en ziet dat het slechts een rangeerterrein is.

In de Oost-Timorese hoofdstad Dili gaat Cardoso naar het lyceum. De omgang met de leerlingen was ‘selectief’. Als de kinderen van de hoge Europese autoriteiten op school in slaap vielen, werden deze gewekt met “Heeft meneer Pedro goed geslapen?”. Tegen kinderen van lagere Europese functionarissen en kolonisten was het “Pedro, hou je mond!” en tegen kinderen van inheemse functionarissen: “Nummer 27, kop dicht of je vliegt eruit!”.

Het is boeiend om te lezen hoe in dat verre en kleine Oost-Timor de gebeurtenissen in Portugal en de koloniale oorlogen in Afrika ver weg zijn en toch met het Portugese bestuur, de daar gelegerde Portugese soldaten en via de radio binnendruppelen. Ook beursstudenten, die in Lissabon hebben gestudeerd en hebben leren actie voeren, hebben bij terugkeer naar Oost-Timor zo hun invloed en brengen nieuwe inzichten mee. Ze waren vertrokken met jasje en dasje aan, maar kwamen terug in studentikoze kleding, bijna blootsvoets, wat een pater doet uitroepen dat ze dan net zo goed in Oost-Timor hadden kunnen blijven.

Ook Cardoso gaat als beursstudent naar Lissabon, waar hij is als de Anjerrevolutie uitbreekt in 1974. In Oost-Timor werd daarop in 1975 de onafhankelijkheid uitgeroepen. Indonesië maakte van de situatie gebruik door het gebied te bezetten, gesteund door een deel van de bevolking van Oost-Timor.

Cardoso zat vast in Lissabon en kon door de Indonesische bezetting van zijn land niet terug. Er was in de Vale do Jamor nabij Lissabon een groot kamp van Oost-Timorese vluchtelingen. Cardoso beschrijft in zijn boek het leven in de Oost-Timorese gemeenschap in Lissabon met zijn onderlinge politieke verschillen en spanningen. Het vluchtelingenkamp vond hij een een “kil, liefdeloos oord”.

Op Oost-Timor bleef het verzet tegen de Indonesische overheersing groot, aangewakkerd door de wrede onderdrukking door de Indonesische autoriteiten. Formeel bleef Oost-Timor een Portugese kolonie, de Indonesische invasie was door de Verenigde Naties als onwettig bestempeld. In 2002 werd Oost-Timor eindelijk onafhankelijk, wat nog geen einde maakte aan de problemen van het land.

Kroniek van een overtocht is precies dat: een kroniek van het leven tussen verschillende werelden. Een beschrijving van een leven in een verre Portugese kolonie, de relaties met moederland Portugal en de situatie van Oost-Timorezen in Lissabon, als onder druk van de koloniale oorlogen in Afrika de Anjerrevolutie een einde maakt aan de dictatuur en Portugals koloniale rijk. Cardoso schrijft onnadrukkelijk. Het boek is niet heel meeslepend, het leest niet als een roman, zoals de tekst op de omslag beweert. Het kent daarvoor de weinig dramatische diepte- en hoogtepunten. Het is evenwel buitengewoon interessant om te lezen hoe het was om in een verre, kleine en relatief onbelangrijke kolonie van Portugal op te groeien en hoe het moederland invloed had op de gebeurtenissen aldaar en op de mensen uit Oost-Timor.

Meer koloniale geschiedenis | Index artikelen | Contact