British flag  Bandeira brasileira
Plaatje familiewapen De Munnick


 

Plaatje vlag West Papua De papua’s en het belang van geschiedschrijving

Bert Ernste

Internationale Spectator, november 2006

Op 15 november 2005 stapte een grote Papuadelegatie het podium van het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis op. Ongetwijfeld hield de organisatie van het symposium rond de presentatie van het boek Een daad van vrije keuze van P.J. Drooglever zijn adem in.1) Zouden de Papua’s de dag, nadrukkelijk aangekondigd als ‘academisch’, alsnog politiseren?

Omslag boek 'Een daad van vrije keuze' Drooglevers Een daad van vrije keuze was overigens al politiek beladen voordat de auteur een pen op papier had gezet. Tegen de zin van de regering had de Tweede kamer gevraagd om een studie naar de gang van zaken rond de overdracht van de macht over Nederlands Nieuw-Guinea aan Indonesië (1962-3) en de daarop volgende Daad van vrije keuze (1969), waarbij de bevolking van Westelijk Nieuw-Guinea zich moest kunnen uitspreken over aansluiting bij Indonesië. De toenmalige minister van Buitenlandse Zaken Van Aartsen voerde de wens van de kamer uit en gaf de opdracht aan het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis. Bij die opdracht werd al meteen gesteld dat die op geen enkele manier de territoriale integriteit van Indonesië in twijfel trok. De Nederlandse regering werkte Drooglever zelfs actief tegen door Papua’s, die Drooglever voor zijn boek wilde interviewen, geen visum te geven. Zoals te verwachten viel kreeg Drooglever ook geen visum van Indonesië om ter plekke onderzoek te doen. In België heeft Drooglever de betrokken Papua’s alsnog kunnen spreken.

De Papua’s op het podium bij het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis, leden van het Presidium van de Papua Raad en Adatleiders, waren speciaal gekomen vanwege het verschijnen van het boek. Op waardige wijze bedankten zij Eimert van Middelkoop, die als tweede-kamerlid het initiatief nam voor de studie, Jozias van Aartsen, die als minister van Buitenlandse Zaken de opdracht uitzette en de auteur Pieter Drooglever. Bij monde van Willy Mandowen, verklaarden de Papua’s zeer verheugd te zijn dat ze met het verschijnen van dit boek “subject van de geschiedenis waren geworden en niet langer louter het object”. Het volkslied van de Papua’s klonk. De organisatie haalde opgelucht adem. Er was geen fel politiek protest gekomen.

De komst van de Papualeiders, speciaal voor de verschijning van dit boek, laat zien hoe belangrijk geschiedenis is voor mensen. Voor Nederlanders, die hun geschiedenis redelijk kennen en in talloze boeken kunnen naslaan, is dat misschien niet meteen te begrijpen.

Omslag boek 'Een daad van vrije keuze'

Papua’s als speelbal
De reden waarom geschiedschrijving voor de Papua’s zo belangrijk is, is te vinden in Drooglevers boek. Nederlands Nieuw-Guinea was een schaakstuk in de nationale en internationale politiek, de Papuabevolking niet meer dan een speelbal. Drooglever laat haarfijn zien dat het Nederland niet om de Papua’s ging toen Nieuw-Guinea in 1949 buiten de soevereiniteitsoverdracht van Nederlands-Indië aan Indonesië bleef. Ondertussen trok de golf van dekolonisatie over de naoorlogse wereld en Nederland voelde op zijn klompen aan dat het Nederlands Nieuw-Guinea niet meer kon besturen als een kolonie, maar het land moest voorbereiden op onafhankelijkheid. In de jaren vijftig werd daar dan ook hard aan gewerkt. Er vond een “ontwikkelingsproject onder koloniale vlag” plaats, zoals Drooglever schrijft. Tot dan toe had Nederland zich weinig aan deze uithoek gelegen laten liggen. In 1961 werd de Nieuw-Guinea Raad ingesteld, een volksvertegenwoordiging voor de Papua’s, en kregen de Papua’s een eigen vlag en volkslied. Tevens werd een begin gemaakt met de vorming van een eigen strijdmacht, het Papua Vrijwilligers Korps. Het plan daartoe bestond overigens al sinds 1950. Verder presenteerde de Nederlandse regering een omvangrijke ontwikkelingsnota voor Nieuw-Guinea. Doel was de snelle voorbereiding van de Papua’s op de uitoefening van hun recht op zelfbeschikking. Cynici, die stellen dat Nederland deze plannen voor de Papua’s uitsluitend maakte onder druk van de omstandigheden en niet louter uit overtuiging dat de Papua’s hun recht op zelfbeschikking moesten krijgen, hebben gelijk. Wat niet wegneemt dat er, zij het veel te laat, wel degelijk door veel mensen hard en integer aan dat beleid is gewerkt.2)

Het bleek inderdaad allemaal veel te laat. Tot ongeveer 1960 was de Amerikaanse regering nog bereid om aanzienlijke druk uit te oefenen op Indonesië om militaire acties tegen Nederland vanwege Nieuw-Guinea te voorkomen. Naar mate Indonesië onder president Sukarno in het communistische kamp terecht dreigde te komen, nam deze steun echter af. Niet voor niets waren de Verenigde Staten niet vertegenwoordigd bij de installatie van de Nieuw-Guinea Raad. Hoewel de toenmalige Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Luns lang volhield dat hij een schriftelijke toezegging had voor militaire steun van de VS, heeft hij het bewijs daarvan nooit kunnen overleggen. De militaire dreiging van Indonesië nam navenant toe. Als kind op de lagere school in Manokwari oefende de auteur van dit stuk op luchtalarm. Op een fluitsignaal van de onderwijzeres moesten we snel onder de banken gaan zitten.

Op 15 augustus 1962 eindigde Nederlands rol in Nieuw-Guinea met het Akkoord van New York, dat de overdracht van het bestuur over Nieuw-Guinea vrijwel per onmiddellijk regelde. Eerst aan de Verenigde Naties en nog geen jaar later aan Indonesië. Indonesië was nog wel gehouden om vóór 1970 een Daad van Vrije Keuze te organiseren, waarbij de Papua’s zich moesten kunnen uitspreken over wel of geen aansluiting bij Indonesië. De voorwaarden daarvoor waren zwak geformuleerd, wat volgens Drooglever Nederlands zwakke onderhandelingspositie aantoont. Uit Drooglevers boek spreekt overigens ook geen sterke wil van Nederland om er het maximum uit te slepen.

Een daad van vrije keuze laat zien hoe het meteen na het vertrek van de Nederlanders al mis ging. Het tijdelijke bestuur van de Verenigde Naties beschikte niet over voldoende menskracht, wil en deskundigheid (tolken) om het tijdelijk bestuur werkelijk neutraal uit te oefenen. Er kwamen veel meer Indonesische militairen dan gepland het gebied binnen en die namen al snel de teugels over. De eerste harde optredens van de Indonesische militairen lieten niet lang op zich wachten. Onder Indonesisch bestuur nam de armoede toe en de rechtszekerheid af. De Papua’s kwamen in verzet, waar de Indonesische militairen hard tegen optraden. Er vielen al snel duizenden slachtoffers.

In 1969 mochten de Papua’s zich zoals afgesproken uitspreken voor of tegen aansluiting bij Indonesië. De Indonesische president, inmiddels Suharto, had van meet af aan duidelijk gemaakt dat voor hem alleen een uitslag ten gunste van aansluiting bij Indonesië aanvaarbaar zou zijn. Daar heeft Indonesië dan ook hard aan gewerkt. De VN-delegatie onder leiding van Ortiz Sanz, die toezicht moest houden op de naleving van de overeenkomst, werd onder druk van de Indonesië klein gehouden. Indonesië wilde de voorstellen van Ortiz Sans voor de procedure niet volgen en koos voor een plebisciet volgens het Indonesische musyawaramodel. Onder dit systeem zijn alleen collectieve beslissingen bij unanimiteit mogelijk. De VN had nauwelijks invloed op de samenstelling van de consultatieve raden, die daarvoor werden gevormd, noch op de volksraadpleging zelf. Vanuit New York kwam vrijwel geen tegendruk tegen de Indonesische praktijken. Ook Nederland liet het afweten en keek weg. De Daad van Vrije Keuze voldeed volgens de Verenigde Naties volstrekt niet aan de in het Akkoord van New York vastgelegde normen. Maar het akkoord was ook zo vaag dat men daar stilzwijgend aan voorbij kon gaan, zo concludeert Drooglever.

Sindsdien zuchten de Papua’s onder een door hen niet gewenst regime. Een algehele opstand van de Papua’s bleef uit, maar het is altijd onrustig gebleven in Irian Jaya, zoals de provincie was gaan heten. In 1971 verklaarde de Organisasi Papua Merdeka (OPM) de onafhankelijkheid. Dit verzet werd keihard aangepakt en is vrij marginaal gebleven. Naast het harde en corrupte militaire bestuur in Papua (de huidige naam van het gebied) zijn de Papua’s geconfronteerd met het beruchte transmigratiebeleid van Indonesië, waarbij talloze arme Indonesiërs uit Java en andere gebieden naar onder andere Papua verhuizen, waar zij bevoorrecht worden boven de Papua’s. De Papua’s verliezen hun traditionele gronden aan de nieuwe bewoners en staan als laatste in de rij bij het verdelen van de baantjes. Ook de exploitatie van de mineralen in het Carstenszgebergte door het Amerikaanse mijnbouwbedrijf Freeport gaat ten koste van de lokale bevolking. De opbrengsten gaan voor het overgrote deel naar Jakarta en niet naar de ontwikkeling van Papua.

Met het aantreden van president Abdurachman Wahid leek er even een ommekeer te komen voor de Papua’s. Naast het toestaan van de naam Papua werd het gebied een relatief grote mate van autonomie toegekend. Die is echter nooit daadwerkelijk geïmplementeerd en inmiddels doorkruist door een opdeling van de provincie Papua in drie nieuwe eenheden. De leiders in Papua hebben deze ‘autonomie’ dan ook teruggegeven. Dat weerhoudt de internationale gemeenschap en onze regering er overigens niet van om nog steeds naar de toegezegde autonomie te verwijzen, als het om de situatie in Papua gaat.

Volgens een rapport van de universiteit van Yale uit 2003, zou er in Papua sprake zijn van genocide, al omkleden zij hun conclusie wel met de nodige mitsen en maren.3) Drooglever acht de term genocide onjuist, maar een feit is dat er in Papua op grote schaal mensenrechtenschendingen plaats vinden en dat de Papua’s in eigen land een marginale bevolkingsgroep dreigen te worden. De integratie in de Republik Indonesia is faliekant mislukt.

Uiteindelijk biedt Een daad van vrije keuze niet heel veel nieuws. De voornaamste (niet te onderschatten) verdienste van het boek is de wetenschappelijke vastlegging van een stuk geschiedenis dat voor de Papua’s verkeerd uitpakte.

Omslag boek 'Schuldig zwijgen'

Schuldig zwijgen
Een dag voordat Drooglever zijn boek presenteerde, lanceerde ook Kees Lagerberg, voormalig bestuursambtenaar in Nieuw-Guinea en voormalig medewerker van Internationale Spectator, een boek over - grotendeels - hetzelfde onderwerp: Schuldig Zwijgen. Lagerberg zette zich tijdens zijn boekpresentatie nogal af tegen het werk van Drooglever. Dat zou te lief zijn en ingeperkt door de opdracht van de regering, die op voorhand de territoriale integriteit van Indonesië niet ter discussie wilde stellen. Zijn verdere bezwaar was dat Drooglever de geschiedenis van het gebied na de Daad van Vrij Keuze niet beschrijft. Wat mij betreft doet Lagerberg daarmee onrecht aan Een daad van vrije keuze. Drooglever geeft een evenwichtig beeld van gang van zaken rond de overdracht van Nieuw-Guinea en je kunt niet beweren dat hij daarbij enige partij spaart. Integendeel, de conclusie dat de belangen van de Papua’s verkwanseld zijn komt bij Drooglever krachtiger over, juist door de grotere distantie dan die in Lagerbergs Schuldig zwijgen. Schuldig zwijgen gaat verder wat mank aan herhaling, een punt dat Lagerberg trouwens in een van zijn voetnoten zelf toegeeft. Interessant is Lagerbergs betoog dat Nederland militair veel meer had kunnen doen tegen Indonesië, dan algemeen wordt aangenomen. Lagerberg gaat verder iets te kort door de bocht door te stellen dat Drooglever niet ingaat op de geschiedenis van na de Daad van Vrije Keuze, al is dat bij Drooglever wel heel erg beknopt. Wat dat betreft biedt Schuldig zwijgen de nodige aanvulling. Maar als het daarom gaat is Dirk Vlasbloms Papoea. Een geschiedenis nog belangwekkender.5)

Omslag boek 'Papoea'

Rechtzetting van de geschiedenis
Terug naar de vraag over het belang van geschiedenis voor de Papua’s. Het is goed om te begrijpen waarom de Papua’s zo gebrand zijn op de rechtzetting van de geschiedenis. De genoemde boeken tonen glashelder aan dat de erbarmelijke situatie in Papua nu een direct gevolg is van de gemaakte fouten rond de machtsoverdracht. Dat is ook het diepe gevoel van de Papua’s: “we waren object van de geschiedenis, we willen nu eindelijk het subject van onze eigen geschiedenis zijn”.

Verschillende sprekers op het symposium bij Drooglevers boekpresentatie en ook Lagerberg waarschuwden de Papua’s geen al te hooggespannen verwachtingen te hebben van Een daad van vrije keuze. Weliswaar gaat het om een onderzoek in opdracht van de Nederlandse regering, zo stelden zij, maar het is niet zo dat met dit boek in de hand de geschiedenis even zal worden rechtgezet, zoals sommigen in Papua lijken te geloven.

Dat zou overigens - principieel geredeneerd - wel volstrekt logisch zijn. Als je constateert dat een verdrag niet juist is uitgevoerd, dan stap je naar de daartoe bevoegde instanties en eis je rechtzetting van wat er fout is gegaan. Dat schreven Andy Ayamiseba en Otto Ondawame van het West Papuan People’s Representative Office in Vanuatu dan ook in een open brief aan Hans van Baalen, tweede-kamerlid van de VVD.6) Van Baalen betoogde op de dag van de presentatie van Een daad van vrije keuze in de Volkskrant en eerder al in Indonesië dat het boek van Drooglever geen enkele relevantie had voor de politiek. Dit op dezelfde dag dat zijn politieke leider Jozias van Aartsen het boek officieel in ontvangst nam, formeel in zijn hoedanigheid als oud-minister van buitenlandse zaken en niet als VVD-leider (sic!).

Desalniettemin is de waarschuwing om geen al te hoge verwachtingen van Een daad van vrije keuze te hebben, terecht. Het is nu eenmaal niet mogelijk de lei schoon te vegen, bijna veertig jaar geschiedenis weg te poetsen en opnieuw te beginnen met een Daad van Vrije Keuze en dan nu een echte. De transmigranten in Papua zijn ook slachtoffers van de geschiedenis, die je niet meer even terug kunt sturen naar waar ze vandaan komen. Ook is het niet onzinnig om ‘Realpolitik’ te bedrijven, hoe onrechtvaardig dat ook mag zijn. Zelfs als er een hoge instantie was, die alsnog de Daad van Vrije Keuze veroordeelt als de schijnvertoning die het was, dan is er geen macht op de wereld die de consequenties daarvan wil afdwingen. En dat zou, gegeven het huidige Indonesische bewind, noodzakelijk zijn.

De Papualeiders die naar Nederland kwamen voor de presentatie van het boek van Drooglever zien dat ook in. Toch menen zij met Een daad van vrije keuze een extra argument in handen te hebben om opnieuw aan te dringen op de dialoog met de regering in Jakarta, waar ze al zo lang om vragen. Het zou de Nederlandse regering sieren te erkennen dat het met de Papua’s niet goed is gegaan mede door de - laten we het diplomatiek, c.q. eufemistisch zeggen - onvolmaakte dekolonisatie van Nieuw-Guinea. Het is beschamend om te zien hoe minister Bot van Buitenlandse Zaken zich al op voorhand distantieerde van de, nota bene door zijn regering opgedragen studie. Zoals senator Eimert Middelkoop het verwoordt, heeft de Nederlandse politiek een “dichtgeschroeid geweten” als het om de Papua’s gaat.7) Zelfs nu er in Papua een leiderschap opkomt dat langs vreedzame en diplomatieke weg de situatie wil verbeteren, kijkt de wereld weg en verschuilt zich achter de door Jakarta aangekondigde autonomie voor Papua. Die is echter een volstrekt lege huls gebleken en achter een lege huls kun je je niet verstoppen.

Gegeven de in de genoemde boeken beschreven gang van zaken bij de overdracht van Nieuw-Guinea, hebben Den Haag en de Verenigde Naties een bijzondere verantwoordelijkheid voor de huidige situatie in Papua. De Nederlandse regering en de Verenigde naties zouden bij de regering in Jakarta krachtig moeten protesteren tegen de mensenrechtenschendingen in Papua en krachtig moeten aandringen om de door de Papualeiders gevraagde dialoog aan te gaan. Dat is wel het minste, gegeven de geschiedenis.

Meer boeken West Papua | Nederlands Nieuw-Guinea

Noten:
1. P.J. Drooglever, Een daad van vrije keuze. De Papoea’s van westelijk Nieuw-Guinea en de grenzen van het zelfbeschikkingsrecht, Boom, Amsterdam, 2005.
2. Pim Schoorl (red.), Besturen in Nederlands-Nieuw-Guinea 1945-1962, KITLV, Leiden, 1996.
3. Indonesian human right abuses in West Papua: Application of the law of genocide to the history of Indonesian control.
4. Kees Lagerberg, Schuldig zwijgen. De Papua in zijn bestaan bedreigd, uitgeverij IJzer, Utrecht, 2005.
5. Dirk Vlasblom, Papoea. Een geschiedenis, Mets & Schilt, Amsterdam, 2004.
6. Response: West Papua’s Integration into RI final?.
7. Toespraak 19 november 2005 tijdens publieksavond georganiseerd door Papua Lobby.

Meer West Papua | Meer koloniale geschiedenis | Contact