British flag  Bandeira brasileira
Plaatje familiewapen De Munnick


 

Plaatje vlag West Papua Mariniers en Indo’s: herinneringsliteratuur uit Nederlands Nieuw-Guinea

Bert Ernste

Mei 2012

Omslag boek Klencke Nieuw-Guinea, onze laatste kolonie in de Oost, heeft altijd een magische klank gehad in Nederland. Het beeld van primitieve stammen die nog in het stenen tijdperk leefden sprak tot de verbeelding. Dat kwam mede door de boeken van Anthony van Kampen, zoals Jungle Pimpernel (1949). De magie van het oerwoud en de geestenwereld van de papua’s spraken tot de westerse verbeelding, zoals ook het boek Stenen tijdperk van Aad van den Heuvel (1991) laat zien. Voeg daarbij de spanning van ons laatste koloniale oorlogje en het verlies van de kolonie aan Indonesië (1962/3) en je hebt een spannende mix.

Het is dus niet verwonderlijk dat er vele boeken zijn verschenen, die op Nederlands Nieuw-Guinea spelen. Naast de al genoemde bijvoorbeeld Wat gebeurde er met sergeant Massuro? (1972) van Harry Mulisch, De muskietenoorlog (1978) van Bouke B. Jagt, De balenkraai (1967) van Aad Nuis, diverse boeken van F. Springer en nog veel meer.

Alex Bal schreef De laatste Indo (2010) over het leven van zijn familie in Nieuw-Guinea nadat ze uit het onafhankelijk geworden Indonesië moesten vertrekken, om een kleine vijftien jaar later ook uit Nieuw-Guinea weg te moeten.

Hollandia blues (2012) van Peter Klencke gaat over het opgroeien van een Indische jongen in Hollandia, de hoofdstad van Nederlands Nieuw-Guinea. Het boek pretendeert een roman te zijn, maar leest als een dagboek en heeft iets te weinig dramatische ontwikkeling voor een goede roman. Als tijdsbeeld echter zeer de moeite waard.

Mariniers
Ook een aantal militairen, die naar Nieuw-Guinea werden gestuurd, schreven over hun ervaringen, zoals Ruurd Eisenga. In 2011 verscheen van hem Erfenis uit het verleden, dat voor de helft speelt op Nieuw-Guinea, waar de hoofdpersoon als jonge marinier op Indonesische parachutisten moet jagen. Ter plekke heeft hij een vurige relatie met een Nederlandse getrouwde vrouw, die vertrokken blijkt te zijn als hij van een patrouille in de rimboe terugkeert. Jaren later komt hij er in Nederland (het tweede deel van het boek) achter dat zijn relatie gevolgen heeft gehad. Een goed geschreven boek, met een ietwat fantastische ontknoping, al moet gezegd worden dat de werkelijkheid soms fantastischer is dan literatuur.

Omslag boek Eisenga Vanwege mijn interesse in Nieuw-Guinea was ik daarna extra geïnteresseerd in Eisenga’s De mariniers van Klademak (1982), omdat dat helemaal over Nieuw-Guinea gaat in de periode vlak voordat Nederland het gebied verloor.

De mariniers van Klademak is een roman, natuurlijk, maar het boek geeft een realistisch beeld van het leven van de (dienstplichtige) mariniers, de problemen van oorlogvoering in de rimboe en hoe ondertussen elders op politiek niveau besloten wordt om Nieuw-Guinea aan Indonesië te laten. Wie de verslagen uit Patrouilleren voor de Papoea’s (1990) van R.E. Holst Pellekaan, I.C. de Regt en J.F. Bastiaans ernaast legt, ziet duidelijke overeenkomsten. Ook in dit boek van Eisenga heeft de hoofdpersoon een heftige relatie met een getrouwde vrouw. Deze keer heeft die relatie een happy end.

De mariniers van Klademak laat zien dat het leven en werken van de mariniers in Nieuw-Guinea heel anders was dan we nu in actiefilms en in reportages van de troepen in Irak en Afghanistan zien. De uitrusting van de militairen in Nieuw-Guinea was primitiever en de training veel minder goed. Het eten was vaak slecht (oude oorlogsvoorraden) en leidde nogal eens tot voedselvergiftiging. Soms werd er maar in het wilde weg patrouille gelopen, omdat een ambitieuze luitenant het wel even dacht te maken.

Ook het leven na de dienst, het grotendeels ontbreken van vertier, de rivaliteit en zelfs kloppartijen met de Koninklijke Landmacht brengt Eisenga treffend in beeld. Je leeft mee met de Hollandse jongens, die naar de andere kant van de wereld werden gestuurd om een laatste koloniale oorlog uit te vechten, hoe kleinschalig die dan ook was.

Als je de beide boeken van Eisenga na elkaar leest is het terugkerende thema van de liefdesrelatie met een getrouwde vrouw iets minder sterk. Het later verschenen Erfenis uit het verleden is wat beter geschreven, maar beide boeken zijn zeer lezenswaard.

Koloniale literatuur
Opvallend in beide boeken van Ruurd Eisenga en ook in Hollandia blues is dat de omgang met de lokale bevolking erg beperkt is. De cultuur- en taalverschillen zijn groot en de papua’s treden in deze boeken voornamelijk op als gidsen en lokale politiemensen, of als onderontwikkelde stamleden. Ze komen niet op de feestjes en in de uitgaansgelegenheden van de blanken en Indo’s. Zo zat die wereld nu eenmaal in elkaar.

Dat geldt trouwens voor het overgrote deel van de literatuur over Nieuw-Guinea. Die gaat veelal over de bovenkant van de koloniale samenleving, over de kolonisten en niet of nauwelijks over de papua’s. Het is nog steeds koloniale literatuur. Zeer lezenswaard, zeker, maar het zou uiterst interessant zijn als nieuwe auteurs het literaire beeld zouden completeren en ook de inheemse samenleving van die tijd in verhouding tot die koloniale bovenlaag zouden beschrijven.

(Mocht u romans kennen, die dat doen en die ik over het hoofd zie, hoor ik het graag.)

Meer boeken West Papua | Nieuw-Guinea

Meer West Papua | Meer koloniale geschiedenis