British flag  Bandeira brasileira
Plaatje familiewapen De Munnick


 

Plaatje wereldbol Studium Generale: Beeld en verbeelding van Amerika

1992: Columbusjaar. Maar wat vieren we eigenlijk?

Bert Ernste

Utrechts Universiteitsblad, oktober 1992

12 oktober 1492 kwam Christoffel Columbus aan op een van eilanden van het Amerikaanse continent. Columbus ontdekt Amerika, zo leerden we op school. Dat feit wordt dit jaar op grote schaal herdacht in vele landen. Spanje, voor wiens koning Columbus de reis maakte, houdt in Sevilla de wereldtentoonstelling, Barcelona heeft de Olympische spelen en Madrid is Europa’s culturele hoofdstad in dit Columbusjaar. In Genua, de vermoedelijke geboorteplaats van Columbus, staan grote feesten op stapel. Diverse replica’s van de drie kleine scheepjes, waarmee de ontdekkinsgreizeiger de overtocht waagde, geven bij allerhande manifestaties acte de présence. New York viert de komst van Columbus met ‘The voyage’, een opera van Philip Glass. Hollywood werkt aan twee speelfilms. De Dominicaanse republiek bouwt een enorme vuurtoren, een meuseum en een monument voor Columbus.

Zelfs in Nederland, dat relatief weinig met Columbus te maken had (al was Nederland toendertijd deel van het Spaanse rijk), pakt flink uit in dit Columbusjaar. De Nationale Commissie voorlichting en bewustwording Ontwikkelingssamenwerking (NCO) heeft zelfs een speciale krant uitgegeven met alle herdenkingsactiviteiten. Ook de Utrechtse Universiteit laat zich niet onbetuigd. In samenwerking met het Center for Carribean and Latin American Studies organiseert Studium Generale een programma onder de titel ‘Beeld en verbeelding van Amerika’. In RASA is tegelijkertijd een cultureel programma met onder meer veel muziek.

Discussie
Ondanks al deze activiteiten en festiviteiten is er veel discussie over de vraag wàt we nu eigenlijk vieren. Die discussie gaat gelukkig niet meer over het feit dat Columbus Amerika niet echt ontdekte. Dat was dertigduizend jaar eerder gedaan door de jagers die via Siberië en Alaska de Amerika’s bevolkten. Er zijn verder aanwijzingen dat de Ierse monnik Brendaan in de zesde eeuw wel eens New Foundland zou kunnen hebben bereikt. De tocht van Brendaan, met een oud-Keltische roeiboot (curragh), is nagedaan door Tim Severin en op die reis herkenden Severin en zijn bemanning diverse dingen uit de beschrijvingen van Brendaan. Zeker is ook dat de Noormannen, met name Leif Erikson, de zoon van Erik de Rode, voet aan wal hebben gezet in wat nu Canada en de Verenigde Staten is. De discussie gaat ook niet meer over het feit dat Columbus dacht de wereld rondgevaren te zijn en dat hij in Azië was aangekomen. De naam Antillen (Columbus landde het eerst op de eilanden van het Caraïbisch gebied) komt van Ante Ilha (Vóóreiland), omdat hij dacht op eilanden voor de Japanse kust te zijn. Amerika is dan ook niet genoemd naar zijn ‘ontdekker’, maar naar de Italiaan Amerigo Vespucci.

Nee, de discussie gaat over de vraag of er wel reden is tot feesten. Niemand zal ontkennen dat Columbus’ ‘ontdekking’ van Amerika het begin was van een stormachtige ontwikkeling. Aanvankelijk, denk aan de reizen van Marco Polo, was de handel op de Oost voornamelijk een kwestie van zaken doen tussen gelijkwaardige partners. De ontdekkingsreizen leidden een periode in waarbij Europa grote gebieden te vuur en te zwaard simpelweg veroverde. Een grote stroom Europeanen vestigde zich in de veroverde gebieden. Vooral Amerika (in de betekenis van Noord-, Midden- en Zuid-Amerika, het spraakgebruik dat met Amerika alleen de Verenigde Staten bedoelt is eigenlijk onjuist, net als het gebruik van Europa voor het kleine stukje Europa dat zich verenigd heeft in de Europese Gemeenschap onjuist is), vooral Amerika dus bood kolonisten grote mogelijkheden. Het continent was dunbevolkt, zodat er ruimte leek te zijn voor iedereen. Verder was de weerstand van de inheemse bevolking relatief gering. In Azië was een dergelijke kolonisatie ondenkbaar geweest. Vervolgens kwam er een tweede volksverhuizing op gang. Om aan goedkope arbeidskrachten te komen voor de suikerplantages begon een levendige slavenhandel. Beter gezegd, een dodelijke slavenhandel, want het sterftecijfer aan boord van de slavenschepen was hoog.

Langzaam aan werd de werd de wereld een groot economisch systeem, al bleven overal gebieden of economische sectoren bestaan, die geen deel hadden in dat wereldsysteem. (Zie ook Immanuel Wallerstein, ‘The modern world system’, meerdere delen.) Met Columbus’ ‘ontdekking’ van Amerika werd de grondslag gelegd voor de interdependente wereld, die wij nu kennen. Interessant is de vraag waarom Noord-Amerika en dan vooral de Verenigde Staten een supermacht werden, terwijl Zuid-Amerika tot de zogenoemde derde wereld bleef behoren. In het midden van de vorige eeuw waren de verschillen tussen beide gebieden namelijk niet zo groot. Beide gebieden kenden een ongetemd vooruitgangsgeloof, waren bijgevolg modern (Rio de Janeiro was een van de eerste steden in de nieuwe wereld met straatverlichting en telefoon), beide gebieden hadden te kampen met corrupte politici, veel geweld (pistoleiros/cowboys) en beide hadden veel economische potentie. Een of meerdere landen in Zuid-Amerika hadden best een supermacht kunnen worden. Noord-Amerika had echter het voordeel dat het platteland veel ontwikkelder was, terwijl in Zuid-Amerika de elite een duidelijk stads was. De stabiliteit van een landbouweconomie wordt wel aangegeven als verklaring voor het feit dat Noord-Amerika wel en Zuid-Amerika geen eerste wereld werd.

Er doen zich twee vragen voor, die belangrijk zijn in verband met de viering van dit Columbusjaar. De eerste is of de genoemde verstrengeling van de wereld inderdaad de belangrijkste gebeurtenis van die tijd was. De tweede is of het ontstaan van een wereldsysteem een reden is voor festiviteiten.

1492
Volgens Jacques Attali in zijn boek ‘1492’ waren er vier andere ontwikkelingen in die tijd, die minstens zo belangrijk waren als Columbus’ tocht naar Amerika. De eerste is de opkomst van de reformatie. In 1492 werd de Roomskatholieke kerk door verschillende kerkleiders ervan beschuldigd de hoer van Babylon te zijn. Desondanks kozen de kardinalen geen paus die de kerk weer spiritueel leven kon inblazen, maar een corrupte paus, Alexander VI. De protestantse opstand tegen de Roomskatholieke kerk werd daarmee onvermijdelijk. (Zie ook Barbara Tuchman, ‘The March of Folly’.)

De tweede ontwikkeling, die Attali aangeeft, was het ineen storten van het rijk van de Jagiello dynastie. Onder Casimir IV Jagiello was Pruisen, Polen, Letland, Bohemen. Hongarije, Croatië, Bosnië, Moldavië en een groot deel van Wit-Rusland en de Ukraïne met Kiev in een rijk verenigd. Het uiteenvallen van dit rijk maakte het mogelijk dat de Russische tsaren hun rijk vestigden. Attali stelt stelt de vraag of de wereld een Sovjet-Unie gehad zou hebben als het rijk van de Jagiello dynastie niet uiteen was gevallen. Een onmogelijke vraag natuurlijk, maar hij geeft wel aan dat er meer gebeurde in de wereld dan de ‘ontdekking’ van Amerika.

De derde ontwikkeling, die volgens Attali de wereld van die tijd vergaand bepaalde, was het ineenstorten van het rijk van Songhay in West Afrika, in het gebied waar nu Mali ligt. Als Songhay sterker was geweest en de kolonisatie van West-Afrika, het vertrekpunt voor verdere reizen, had weten tegen te houden, dan had de wereld er anders uitgezien, betoogt Attali.

Belangrijker is wellicht de vierde ontwikkeling die de wereld rond 1492 bepaalde. Tussen 1405 en 1433 hadden Chinese vloten van honderden jonken, die veel groter waren dan de caravelen van Columbus, reizen gemaakt naar Zuid-Oost-Azië, Oost-Afrika en Indonesië. De kiemen voor een koloniale expansie werden gelegd, hoewel de Chinezen zich in die tijd tevreden stelden met het heffen van belastingen. Aan het einde van de vijftiende eeuw, dus rond 1492 hadden Confuciaanse bureaucraten de macht in China echter vrijwel geheel in handen en zij maakten van China een naar binnen gericht rijk, dat niets meer moest weten van de barbaarse buitenwereld. Liu Daxia, de minister van oorlog, liet zelfs de met veel moeite gemaakte zeekaarten vernietigen. Stel nu eens dat China wel een koloniale macht was geworden. (Zie ook Philip Snow, ‘The star raft: China’s encounter with with Africa’.)

Attali lijkt te willen profiteren van de hausse van boeken rond het Columbusjaar, maar zijn boek heeft de verdienste dat het de al te eenzijdige gerichtheid op Columbus aanvalt. Er zijn nog twee ontwikkelingen die in dit verband het wellicht memoreren waard zijn. Ten eerste de verovering van Granada op de Moren in 1492, waarmee het Christendom en de Islam definitief hun eigen weg gingen. Ten tweede het besluit in datzelfde jaar om de Spaanse joden te verdrijven. Ook die gebeurtenissen hadden grote invloed.

Columbus
Het beeld dat de wereld in de loop der tijd heeft gehad van Columbus geeft de discussie over de andere vraag, of zijn ‘ontdekking’ van Amerika een zegen was, goed weer. In de Verenigde Staten is een middelbare schoolleraar, Bill Bigelow, die speciale cursussen aan collega’s geeft over Columbus. Op zijn eigen school doet hij dat als volgt. Hij pakt de tas van een leerling af en zegt vervolgens dat die van hem is. De leerlingen protesteren natuurlijk en na enige woordenwisseling zegt hij dat hij de tas heeft ‘ontdekt’. De termen ‘Nieuwe wereld’ en ‘ontdekken’ worden uit diverse geschiedenisboekjes in de Verenigde Staten geschrapt. Dergelijke politieke correctheid vind je in de Verenigde Staten ook terug aan de universiteiten en in musea. Het gerenommeerde Smithonian Institute heette de vorige eeuw nog Columbian Institute. Inderdaad, naar Columbus. In de vorige eeuw werd Columbus in de Verenigde Staten nog vereerd als een heilige. Er was daar sprake van een ware Columbus-legende, zoals de historicus Kirkpatrick Sale beschrijft in ‘The Conquest of Paradise’. In Spanje en Portugal moest Columbus de eer delen met andere ontdekkingsreizigers, zoals Bartolomeu Dias, die de zeeweg naar India open legde door Kaap de Goede Hoop te omzeilen en Fernando Magalhães, die de Zuidpunt van Amerika rondde en daarmee eindelijk de westelijke route naar de specerijenlanden mogelijk maakte.

Zelfs in zijn eigen tijd was Columbus helemaal niet de held, waarvan wij op school hoorden. Zijn bewind in de zogenoemde Nieuwe Wereld werd door de Spaanse bisschop Fray Bartolomé de Las Casas al aangeklaagd. Columbus zou de locale Taíno indianen tot slaven maken en onder zijn bewind werden er vreselijke slachtpartijen onder de indianen aangericht. Uiteindelijk werd Columbus gevankelijk terug gebracht naar Spanje om daar terecht te staan. Ook werd er ten tijde van Columbus al volop gediscussieerd over de vraag of de kolonisatie van de wereld door Europa gerechtvaardigd was. Tussen de las Casas en een zekere Sepúlveda werd in de eerste helft van de zestiende eeuw een fel debat gevoerd over de rechtvaardigheid van de onderwerping van de indianen. Volgens Sepúlveda waren de indianen van nature slaven en was het daarom gewettigd om ze met geweld te onderwerpen. Het feit dat sommige indianengroepen mensenoffers brachten en aan kannibalisme deden werd daarbij graag aangehaald. Las Casas verdedigde de indianen, al was hij niet tegen kolonisatie op zich. Hij schreef onder meer “Alle volkeren van de wereld zijn mensen en er is maar een definitie van ieder mens, en dat is dat hij rationeel is.” Voor die tijd een vooruitstrevende gedachte, die tevens leert dat de waarheid weer eens in het midden ligt. Onze voorouders waren ten tijde van Columbus niet allemaal dappere ontdekkingsreizigers, maar ze waren ook niet allemaal wrede veroveraars.

Ondanks deze discussie werd er wel degelijk een ideologische onderbouwing voor de verovering van de wereld bedacht. Tijdens het programma van Studium Generale zal dr. Whitehead van de universiteit van oxford laten zien hoe allerlei mythes over de nieuwe wereld de ronde deden in Europa. Hij betoogt dat de verhalen over kanibalisme en de mythes die in Europa verteld werden over bijvoorbeeld Amazones, vrouwelijke strijders, vooral werden gebruikt om de ideologie te creëren, die de verovering van de wereld moest ondersteunen. Drs. E. van den Boogaart van de Algemene Hogeschool van Amsterdam zal laten zien hoe de Westeuropeanen in de zestiende eeuw een nieuwe identiteit ontwikkelden. De tegenstelling christenen-heidenen werd omgevormd tot beschaafden-wilden. Europa werd gezien als het meest beschaafde werelddeel, waarin de beschaving van de oudheid (tot dan toe een voorbeeeld) niet alleen geëvenaard, maar ook overtroffen was. Volgens hen was een Nieuwe Tijd aangebroken. De ontdekking van Amerika leverde de argumenten voor deze nieuwe Europese identiteit.

Terwijl Columbus vorige eeuw nog als held werd afgeschilderd, vooral in de Verenigde Staten, wordt hij nu van alle kanten zwart gemaakt. In de eerste plaats als de man die 500 jaar onderdrukking van indianen en zwarten inluidde, maar nu ook als de man die grootschalige vernietiging van de regenwouden veroorzaakte. Voor de al genoemde historicus Kirkpatrick Sale begon met Columbus de verwoesting van een vreedzame en ecologische verantwoord levende bevolkingsgroep. Binnen een eeuw nadat Columbus voet aan wal had gezet, was de inheemse bevolking van het vasteland van Amerika met negentig procent (!) verminderd. De Taínos waren geheel uitgestorven. Dat lag voor een groot deel aan de ziektes, die de Europeanen meebrachten. Dr. de Ridder van Culturele Anthropologie in Utrecht laat in het Studium General programma zien hoe de Maya’s de komst van de Spanjaarden beleefden.

Sommige milieuactivisten zien in Columbus bovendien het begin van alle milieuvernietiging, die er sindsdien heeft plaats gehad. In zekere zin is het waar dat de moderne kapitalistische wereld gegrondvest is op de Europese expansie, waarin Columbus zo’n groot aandeel had. Ook is het waar dat dat kapitalistische systeem bezig is met grootschalige vernietiging van onze natuurlijke leefomgeving. Maar om nu alles op zijn bordje te schuiven?

Nieuwe wereld
Ondertussen zal niemand ontkennen dat met de ontdekkingsreizen en de daarop volgende kolonisatie van Amerika door Europese immigranten en Afrikaanse slaven de wereld ingrijpend veranderde en dat die veranderingen nog steeds doorklinken in het heden. Zwarten in de Verenigde Staten worden in een poging om hun wortels aan te geven nu Afro-Americans genoemd. Indianen mogen in de VS geen indianen meer genoemd worden, maar heten nu native Americans. Overigens zijn het niet alleen deze politieke kwesties die tot de dag van vandaag doorklinken. Mevrouw Franco van Columbia University in New York zal tijdens haar lezing voor Studium Generale laten zien hoe Dona Marina (La Malinche) in Mexico nog steeds een grote rol speelt. La Malinche was de vertaalster en de maîtresse van Hernando Cortes, de man die de Azteken versloeg. La Malinche maakt vandaag de dag deel uit van de nationale identiteit van de Mexicanen.

Hoe in Spaanstalig Amerika nu tegen de ‘ontdekking’ van Amerika wordt aangekeken komt aan de orde in de lezing van professor Lasarte van de vakgroep Romaanse talen en culturen van de Rijksuniversiteit in Utrecht. Hij bespreekt hoe moderne Latijns-Amerikaanse schrijvers als Homero Aridjis, Antonio Benitez Rojo, Alejo Carpentier, Carlos Fuentes en Abel Posse tegen Columbus’ avontuur aankijken. Abel Posse zelf komt de culturele identiteit van Latijns Amerika belichten.

Meer koloniale geschiedenis | Index artikelen | Contact