British flag  Bandeira brasileira
Plaatje familiewapen De Munnick

Plaatje Nederlandse vlag

Van kindersterfte tot analfabetisme

Database enorme stimulans onderzoek

Bert Ernste

Foto's Ben van Meerendonk / AHF, collectie IISG

NWO Hypothese juni 2005

Het onderzoeksprogramma Levenslopen in Context biedt onderzoekers van de geschiedenis van Nederland vanaf 2007 een kant en klare database met de levenslopen van 44.000 Nederlanders geboren in de tweede helft van de 19e en het begin van de 20e eeuw. In combinatie met de complete, gedigitaliseerde statistische context uit de volkstellingen bieden zij een scala aan mogelijkheden voor historisch onderzoek.

Het is de droom van sociale wetenschappers en historici: 'de totale steekproef’, waarin alles van iedereen bekend is. In de praktijk is dat natuurlijk onmogelijk. Het verzamelen van de gegevens zou nooit af komen. Volkstellingen, de grootste steekproeven die er zijn (er zijn altijd mensen die weigeren mee te doen), zijn dan ook tamelijk grofmazig. Ze omvatten slechts een aantal basisgegevens van de ondervraagden en zijn een momentopname. Door een relatief grote, gedetailleerde database van complete levenslopen van mensen te combineren met de veel grotere, maar minder gedetailleerde database van de volkstellingen komen onderzoekers toch een eind in de richting van het ideaal: gedetailleerd (kwalitatief) onderzoek en grote steekproeven.

Foto demonstratie van stucadoors
Recrutering voor vakbonden verliep vaak via familie
en kennissen. Demonstratie van bouwvakkers 1949

Het project Life Courses in Context, zoals de Engelse naam luidt, biedt talloze mogelijkheden voor nieuw onderzoek. Zo is het mogelijk om het simplistische beeld dat de arbeidersklasse lid werd van linkse vakbonden, zoals in de geschiedschrijving van de ‘arbeidersklasse’ op basis van een naïeve klassenanalyse werd beweerd, aan te vullen. Uit de vergelijking van ledenlijsten van vakbonden en andere sociale bewegingen blijkt, dat rekrutering voor die bewegingen vooral plaats vond onder familie en naaste vrienden van leden en minder op basis van klassebewustzijn. De levenslopen laten verder zien dat arbeiders nog andere mogelijkheden hadden om te proberen vooruit te komen dan lid te worden van een vakbond. Sommigen namen kostgangers in huis, of begonnen een kleine zaak, anderen gingen een stukje grond bewerken om hun inkomen aan te vullen.

Ook de verzuiling kan met behulp van de levenslopen en volkstellingen nader worden bestudeerd. De uitwerking van de verzuiling enerzijds, die zorgde voor grotere culturele verschillen tussen mensen van verschillende gezindte, en anderzijds de toename van onderwijs, die de culturele verschillen juist verkleinde, kan met de Life Courses in Context nader worden onderzocht.

Met een subsidie uit het investeringsprogramma NOW-groot van 3,1 miljoen Euro is Life Courses in Context een groot programma voor NWO, wat voor het gebied geesteswetenschappen bijzonder is.

De meeste aanvragen voor het investeringsprogramma NWO-groot zijn namelijk voor de bèta-wetenschappen, denk aan peperdure sterrenkijkers en hersenscanners, en voor omvangrijke sociaal-wetenschappelijke surveys. Toch was de aanvraag niet extra moeilijk, zegt projectleider Kees Mandemakers van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG).

Volgens Mandemakers ging het om een duidelijke en omvangrijke onderzoeksvraag, die ‘gewoon bij NWO-groot thuis hoort’: hoe breng je de gegevens van individuele inwoners van Nederland die over verschillende archieven verspreid zijn zo bij elkaar, dat onderzoekers niet steeds eerst hun eigen historische steekproef bij elkaar moeten sprokkelen? Mandemakers: ‘In ons nderzoeksprogramma gebeurt dat door een steekproef van 44.000 Nederlanders en hun complete levensloop te combineren met de context die voortkomt uit volkstellingen. Life Courses in Context omvat daarom naast de opbouw van de database met levenslopen ook het digitaliseren van de gegevens uit Nederlandse volkstellingen. Dat laatste gebeurt door het NIWI, het Nederlands Instituut voor Wetenschappelijke Informatiediensten, een instituut van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW).’

Foto vrachtauto met leuzen
Actie rond volkstelling 1930

Levensloopbenadering
Zowel in sociaal en demografisch, als in historisch onderzoek geldt dat uitgaan van gemiddeldes niet voldoende inzicht geeft. Je moet daadwerkelijk de archieven in om individuele personen op te sporen en te volgen. Je wilt bijvoorbeeld weten wat hun gezinssituatie is (geboorte, huwelijk, kinderen, sterfte), of ze hogerop komen of niet (sociale mobiliteit), en - in het geval van migratie - of ze wellicht het avontuur opgeven en terugkeren naar hun geboortestreek. Deze zogeheten levensloopbenadering levert veel betere gegevens en verklaringen op, omdat veel meer factoren, die het leven van mensen beïnvloeden, in zicht komen.

Mandemakers: ‘Over de levensgeschiedenis van ingezetenen van Nederland is heel veel bekend uit een groot aantal archieven, zoals geboorteregisters, overlijdensakten en persoonskaarten van het Centraal Bureau voor de Genealogie (voorloper van de Gemeentelijke Basis Administratie). Om te vermijden dat onderzoekers voor elk deelonderzoek een aparte steekproef van de bevolking moeten samenstellen, is het IISG onder de noemer Historische Steekproef Nederlandse bevolking (HSN) al in 1991 een uniforme database begonnen. Onderzoekers uit verschillende vakgebieden kunnen er gebruik van maken, omdat hij niet is gemaakt voor een specifieke onderzoeksvraag.’

De eerste aanzet voor HSN is gefinancierd door het Ministerie van Onderwijs en wetenschappen. In de fase daarna speelde NWO via het investeringsprogramma NWO-middelgroot al een belangrijke rol.

Analfabetisme
Mandemakers trok voor de HSN met zijn mensen een a-selecte steekproef uit geboorteregisters. Daarin is al een schat aan gegevens te vinden: namen, adressen, leeftijden en beroepen van de ouders, maar bijvoorbeeld ook of de vader (die meestal de aangifte van geboorte doet) zelf zijn handtekening kon zetten of niet. Daarmee is bijvoorbeeld onderzoek naar het verdwijnen van analfabetisme mogelijk.

Vervolgens zochten ze de bijbehorende overlijdensakten op, vooral van vroeg overleden personen. Dit biedt de mogelijkheid voor onderzoek naar kindersterfte. Van de mensen uit de steekproef die waarschijnlijk na 1 januari 1940 zijn overleden, vroegen de onderzoekers de persoonskaarten op bij het Centraal Bureau voor Genealogie. Op deze kaarten staan het beroep van betrokkene, adressen (migratietraject), gezinssamenstelling en de godsdienstige gezindte. Met deze gegevens is onderzoek mogelijk naar sociale mobiliteit, ontkerkelijking en migratie. De volgende stap was het invoeren van huwelijksakten.

Foto vrouw bij telmachine
Demonstratie van een telmachine voor volkstelling 1947

Uiteindelijk wil het HSN een reconstructie van de gehele levensloop van de opgenomen personen bieden. Daarvoor moet alle informatie uit bevolkingsregisters worden opgenomen. Vanaf 1850 worden hierin de veranderingen betreffende adres, familie en migratie systematisch bijgehouden. Het HSN neemt daarbij niet alleen de gegevens op van de mensen uit de steekproef, maar ook van mensen uit zijn/haar gezinssituatie: inwonend personeel, kostganger en inwonende familieleden zoals grootouders. Uiteindelijk gaat het in het HSN nu om 44.000 levenslopen van mensen die geboren zijn in de periode 1863-1922, uit alle regio’s van Nederland. De periode die hun levens omvatten, dus de rijkwijdte van de database, loopt daarmee van 1863 tot 2000. Deze database is internationaal uniek en trekt veel buitenlandse belangstelling.

De context
Deze database is op zich al van groot belang door de gedetailleerde gegevens over het verloop van vele levens. Daarmee is al divers en gedetailleerd onderzoek mogelijk. Door de levenslopen in verband te brengen met de gegevens uit de verschillende volkstellingen, die in Nederland zijn gehouden, komt daar nog een dimensie bij. De gedetailleerde analyse op basis van de levenslopen kan dan getoetst worden aan de statistische gegevens uit de volkstellingen, die het grootste deel van de bevolking omvatten.

Het tweede deel van het programma is daarom de volledige digitalisering van alle gepubliceerde resultaten van de volkstellingen uit de periode 1859-1947. In eerdere projecten waren de vroegere volkstellingen vanaf 1795 al gedigitaliseerd. Ook de digitaal opgeslagen bestanden van de volkstellingen van 1960 en 1971 zijn gearchiveerd en toegankelijk gemaakt voor onderzoek. Omdat de volkstellingen in het hele land zijn gehouden, zijn die een perfecte achtergrond voor de levenslopen.

Het digitaliseren van de volkstellingen gebeurt door het eerder genoemde NIWI. Peter Doorn, projectleider van dit deel van Life Courses in Context, vertelt dat de digitalisering wat hoofdbrekens heeft gekost, omdat de volkstellingen niet altijd op dezelfde wijze zijn uitgevoerd. ‘Zo is bijvoorbeeld het concept beroepsbevolking in de loop der tijd veranderd. Toen er nog kinderarbeid was in Nederland, was de beroepsbevolking anders samengesteld dan later in de geschiedenis. Ook is het primaire materiaal van de volkstellingen, de huis aan huis afgenomen enquêtes, lang niet overal bewaard. Er is een toelichting op de digitale resultaten in de maak, zodat onderzoekers weten hoe ze de gegevens moeten interpreteren.’

“Eigenlijk is het jammer dat er geen volkstellingen meer worden gehouden”, vindt Doorn. “Ze waren een goede aanvulling én controle op de gegevens uit bijvoorbeeld de gemeentelijke administratie. Recentelijk heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek wel een virtuele volkstelling gehouden door diverse registers samen te voegen, maar je mist dan de directe controle door de enquêteurs, de primaire gegevensverzameling.”

Doorn vraagt zich daarbij af of de bescherming van bestanden met geanonimiseerde persoonsgegevens op dit moment niet veel te strikt is. In de jaren zeventig, ten tijde van de laatste volkstelling, was er veel weerstand tegen de telling, maar het denken over privacy is inmiddels aanzienlijk veranderd.

Life Courses in Context loopt van 2003 tot 2007 en heeft nu, mede dank zij de subsidie van NWO en van de KNAW, 40 mensen in dienst (30 full time eenheden) verspreid over verschillende instituten. Mandemakers: “Het gaat om meer dan een database en zijn context. We zijn eigenlijk een gemeenschap van onderzoekers, die hun werkzaamheden geheel of gedeeltelijk concentreren rond de gegevens die de database oplevert. Andere onderzoekers, die de database willen gebruiken, zijn overigens meer dan welkom.”

Lifecourses in Context
In 2002 gehonoreerd met een investeringssubsidie NWO-Groot.
Budget: 3,1 miljoen euro, looptijd: 2003-2007. De database en volkstellingen zijn nu al deels bruikbaar.

Meer informatie:
www.lifecoursesincontext.nl
HSN: www.iisg.nl/~hsn/
NIWI: www.niwi.knaw.nl
Gedigitaliseerde volkstellingen 1795-1971: www.volkstellingen.nl

Meer Nederland | Index artikelen | Contact