British flag  Bandeira brasileira
Plaatje familiewapen De Munnick

Plaatje Portugese vlag

Lobo Antunes schrijft jeremiërende meesterwerken

Bert Ernste

Blik op Portugal maart 2010

Omslag boek

In deze rubriek mag schrijver António Lobo Antunes niet ontbreken. In De Judaskus stelde hij de verschrikkingen van de koloniale oorlogen, die Portugal in Afrika had gevoerd, aan de orde. Dat boek deed het in Nederland niet zo goed. Dat werd anders met Het handboek van de inquisiteurs, dat alom geroemd werd. Het Handboek is het eerste deel van een trilogie, waarvan ook De glans en pracht van Portugal en Preek tot de krokodillen deel uit maken. Daarna verscheen in Nederland ook het als meesterwerk bestempelde Fado Alexandrino, waarin een aantal oud-soldaten uit de oorlog in Angola aan het woord komen. (Vertalingen door Harry Lemmens.)

António Lobo Antunes is al vaak genoemd als winnaar van de Nobeprijs voor literatuur, al is het maar de vraag of hij die nog zal krijgen, nu zijn landgenoot José Saramago de prijs heeft gewonnen.

Monologen
Lobo Antunes schrijft heel rake en mooie beschrijvingen, maar ik had moeite met zijn taal. Hij wipt van het ene naar het andere en maakt enorm lange zinnen met alleen maar komma’s. Dat geeft vaart aan het boek, maar voor mij werkte het niet. Waarom dat is weet ik niet precies, want bij José Saramago wekte het wel. Waarschijnlijk is Lobo Antunes mij te springerig. De schrijver geeft als verklaring voor zijn literaire vorm dat hij niet goed is in het schrijven van dialogen en daarom allerlei monologen met elkaar mengt en tegenover elkaar zet.

Laat u vooral niet afschrikken door het feit dat die vorm voor mij niet werkt. Het handboek van de inquisiteurs is inmiddels beroemd en beleefde al vele herdrukken. Lezen dus! Michael Zeeman noemde Lobo Antunes’ stijl in De Volkskrant “jeremiërend”, waardoor het bijna een fado wordt. Ger Groot noemde Lobo Antunes’ boeken in NRC Handelsblad “magistraal”.

Een voorbeeld van zo’n rake beschrijving en van een (stukje van) zo’n enorm lange zin is de passage hieronder over de ‘eigen’ armen, die de rijken hadden. Het was in de tijd van dictator Salazar onderdeel van de ideologie dat de rijken aan liefdadigheid deden. Het bestaan van de armen was goed, omdat dat de rijken de gelegenheid bood om zich een plaatsje in de hemel te verwerven, zo schrijft vertaler Harrie Lemmens in zijn korte, maar uitstekende nawoord bij het boek.

“... na de dood van mijn arme kreeg ik een jonger exemplaar, eentje die langer mee zou kunnen, gezond, nog zonder hoest, gedoopt en netjes ingeënt, aanbevolen door meneer pastoor omdat hij niet aan de drank of nog erger was en zich altijd netjes zou gedragen, maar met de Kerstmis moest ik hem wegsturen en bij de liefdadigheidsdames klagen over zijn gebrek aan fatsoen, want ik was zo stom geweest hem tien escudo’s te geven en hem aan te raden
        ‘Maak het nu niet meteen op aan drank’
        waarop hij, het is werkelijk ongehoord, antwoordde, terwijl hij het muntstuk om en om draaide
        ‘Natuurlijk niet juffrouw natuurlijk niet wees maar niet bang ik ga er gelijk mee naar de garage en koop een Alfa Romeo’
        hetgeen mij hielp te begrijpen dat de armen hun plaats niet weten, óf ze lijden aan tbc en blazen je hun bacillen in het gezicht, óf ze worden totaal onuitstaanbaar, kwaad omdat ze arm zijn en moeten wonen in keten van planken en golfplaten op de helling boven de golven, terwijl de zon de misère laat schitteren, de lege conservenblikjes en de glasscherven in het gras, zodat ik nooit meer een arme heb gewild, want ik heb zo al genoeg narigheid, een kapper die me knipt dat ik er niet uitzie ...

De zin gaat nog heel lang door.

Revolutie
Het is voor de naoorlogse generatie Nederlanders niet zo gemakkelijk om zich in te leven in de psychologie van mensen die een grote omwenteling meemaken, zoals de Portugezen met hun Anjerrevolutie van 1974. Zelfs voor tegenstanders van het regime vielen er ineens heel veel zekerheden weg. Iedereen moest zijn of haar positie opnieuw bepalen en zich een nieuwe plek verwerven in een nieuwe samenleving. Die verwarring en hoe mensen daar verschillend op reageren, komen goed over in de boeken van Lobo Antunes. Daarnaast moest het verleden met de geheime dienst, de martelingen en de brute koloniale oorlogen worden verwerkt.

De schrijver zelf benadrukt trouwens dat hij geen intellectueel is, die de Anjerrevolutie en alles daar omheen wil analyseren. Laat staan dat hij denkt dat zijn boeken therapeutisch zijn voor de trauma’s van oorlog en omwenteling. Lobo Antunes: “Dat is mijn verhaal, mijn versie van hun verhalen - en het is zeker geen verhaal dat er aanspraak op maakt geschiedenis te zijn, laat staan dé geschiedenis. Ik leg mijn verhaal voor aan de lezers, zij maken de dienst uit. Die lezers moeten argwanend blijven, ze moeten de schrijver blijven verdenken. De lezer oordeelt.” (De Volkskrant 17 oktober 1997.)

António Lobo Antunes, Het handboek der inquisiteurs; De glans en pracht van Portugal; Preek tot de krokodillen; Fado Alexandrino; De Judaskus.

Meer boeken Portugal | Meer Portugal | Index artikelen | Contact