British flag  Bandeira brasileira
Plaatje familiewapen De Munnick

Plaatje Portugese vlag

Portugal: de laatste oude plek

Bert Ernste

Blik op Portugal, september 2008

Omslag boek Hoe kijken we tegen Portugal aan? Als je het vraagt aan Nederlandse, Belgische en Britse immigranten, dan zullen de meesten waarschijnlijk het oude Portugal benadrukken. Ze zijn immers geëmigreerd voor het Portugal van het binnenland, de stille dorpjes, de schaapherder, de verweerde landbouwer, de traditionele gastvrijheid en vriendelijkheid, het lagere tempo (naast het klimaat). Dat beeld klopt nog steeds wel een beetje, al wordt dat wel minder naar mate Portugal meegaat in de vaart der volkeren, mede dank zij het lidmaatschap van de Europese Unie. Portugal is natuurlijk al lang niet meer het ietwat achterlijke, provinciaals aandoende land dat in 1974 zijn Anjerrevolutie beleefde. Er is veel veranderd. Toch heeft Portugal nog steeds die aantrekkingskracht van dat ‘oude land’.

Liefhebbers van dat oude, deels nog bestaande Portugal vinden het boek The last old place van Datus C. Proper waarschijnlijk de moeite waard. Datus, Amerikaan en voormalig diplomaat in onder meer Portugal en Angola, schrijft smakelijk over een reis die hij met een Portugees maakt door Portugal. Het is gelukkig niet een traditionele reisbeschrijving geworden. Hoewel hij steeds uitgaat van de plek, waar hij is, gaat de schrijver in op Portugals geschiedenis en filosofeert hij over de Portugese volksaard, over auto’s, vissen en jagen, over de Moren, over hoe het kleine Portugal een wereldmacht werd en nog heel veel meer.

Als de schrijver bij Sagres in de Algarve is, denkt hij na over de ontdekkingsreizen. Hij concludeert dat er een overeenkomst is tussen Portugezen en Engelsen: beide ‘breken los’. ‘Misschien dat kleine ruimtes een verlangen brengen naar grote. Terwijl de Russen genoeg te doen hadden in hun eigen enorme land, waren de Portugezen en Engelsen altijd bezig in problemen te geraken aan de andere kant van de wereldbol.’ (Mijn vertaling.)

De Portugezen bewaakten hun maritieme kennis in die tijd fel. Alles wat ze ontdekten over de geografie van de wereld probeerden ze geheim te houden, want ze wisten heel goed dat kennis macht betekende. Columbus zou nooit naar India zijn gaan zoeken in het westen, als hij accurate maten van de aardbol had gehad. Nadeel van die geheimhouding is dat heel veel kennis van de Portugezen uit die tijd verloren is gegaan. Voor historici heeft die geheimhouding slecht uitgepakt. Daardoor zijn mythes rond de Portugese ontdekkingsreizen moeilijk te onderscheiden van feiten.

‘Het beste van de Portugese mythe begon in 1385, toen een perfecte held, Nuno Álvares Prereira de slag van Aljubarotta won tegen alle verhoudingen in, waardoor Portugal haar onafhankelijkheid van Spanje won. (...) The mythe was op zijn hoogtepunt in de vijftiende en vroeg zestiende eeuw, toen ontdekkingsreizigers de wereld ontdekten. Het einde van de droom kwam in 1578, toen Sebastião de dwaas zichzelf en het grootste deel van het Portugese leger liet afslachten in Marokko. (...) Sindsdien hebben de Portugezen altijd gereisd in kleine poëtische bootjes, caravelas genaamd.’ Aldus de schrijver.

In een ander hoofdstuk filosofeert Proper over auto’s, die volgend hem vanuit de versnellingsbak naar buiten toe moeten worden gebouwd. Dit naar aanleiding van het feit dat er in Portugal zo weinig goede autowegen zijn. (Het boek verscheen in 1992.) Volgens de schrijver was dat een fout van dictator Salazar, die de mensen gaf wat goed voor ze was, namelijk goed openbaar vervoer, maar niet wat de mensen wilden: goede wegen.

Zo trekt Proper heel Portugal door en kijkt hij met een verfrissend open blik naar het ‘oude’ Portugal. Hij gaat uit jagen en forelvissen. Hij schrijft over het eten van olijven, en de invloed van de Moren. Een kenner van Portugal herkent veel van wat hij waarneemt, maar Proper zet het vaak in een verrassende context. Ook beschrijft hij zijn ontmoetingen met Portugezen mooi, bijvoorbeeld als een schaapherder, die hij om de weg vraagt, hem alleen maar zwijgend aankijkt en zijn hoofd schudt. Gelijk heeft hij, vindt Proper, ‘Hij liet geen verwarring toe in zijn leven, hij wist wel beter’. Of hij daar gelijk in heeft, of dat het meer gaat om projectie, is een andere vraag.

Wel is de schrijver met zijn standpunten vrij nadrukkelijk aanwezig in het boek. Soms stoort dat, ondanks het feit dat hij prettig ironisch kan zijn. Er zit toch wel een toon in het boek van ‘kijk mij eens’. Maar dat zal wel een kwestie van smaak zijn.

The last old place, a search through Portugal
Datus C. Proper, Simon & Schuster, 1992

Meer boeken Portugal | Meer Portugal | Index artikelen | Contact